Nieuws

Opiniestuk Digni van den Dries:
“Gewassen groeien beter zonder ‘beschermende’ paraplu van chemische middelen”

Digni van den Dries, biologisch landbouwer en voorzitter van de stichting Bodembescherming Flevoland, heeft een opiniestuk geschreven waarin hij pleit voor maatregelen tegen het gebruik van neonicotinoïden. “Ik acht dit artikel van belang in verband met de aanstaande behandeling van het onderwerp neonicotinoïden in het parlement deze week.”

Lees hier het artikel van Digni:

Het wetenschappelijke adviesorgaan van de EU, de Europese Academies van Wetenschappen (EASAC) heeft nieuwe informatie omtrent de gevolgen van  toepassing van neonicotinoiden opgeleverd.

Kort samengevat: Nog meer dan de bijen zijn insecten zoals hommels, vlinders en zweefvliegen erg kwetsbaar voor een minieme dosis neonicotinoïden. En ook deze beestjes zijn cruciaal voor de bestuiving van gewassen. Daarnaast spreekt het rapport ook over een achteruitgang van insectenetende vogels (zoals de ringmus en de spreeuw) in de gebieden waar de producten aanwezig zijn, vooral in gebieden met hoge concentraties in het wateroppervlak.

Vooral het feit dat de middelen nu systematisch preventief op zaden worden toegepast zorgt er volgens het rapport voor dat de neonicotinoïden ook in de bodem en het oppervlaktewater terecht komen. Hierdoor ontstaat een zelfversterkende spiraal. Het negatieve effect op de biodiversiteit leidt er uiteindelijk toe dat landbouwers juist nog meer op neonicotinoïden worden aangewezen om schadelijke insecten uit te schakelen. De EASAC adviseerde de Commissie daarom om sterke maatregelen tegen het gebruik van neonicotinoïden te nemen en het verbod op de producten misschien zelfs definitief te maken.

Het meest opvallend aan deze kwestie is voor mij de vraag naar de zogenaamde noodzaak danwel zinnigheid van gebruik van betreffende middelen. Sinds 1977 ben ik actief landbouwer en sinds 1990 bedrijf ik de biologische variant van deze landbouw in de Noordoostpolder.

Nog nooit; ik herhaal: nog nooit heb ik in enig jaar in enig gewas een probleem ervaren waarbij neonicotinoïden een oplossing zou hebben geboden. Een normaal iemand met een beetje gezond verstand zou zeggen: “waar hebben we het eigenlijk over?”

Me dunkt dat hier een verdienmodel van de o zo machtige chemische industrie in het geding is; niet meer maar ook niet minder. Vanuit de boerenkant weet ik zo onderhand wel hoe dat gaat: je krijgt glimmende folders over hoe teer en kwetsbaar een kiemend plantje (waar jouw inkomen van afhankelijk is) onderhevig is aan vele bedreigingen. Waarom nu niet wat voorbehoedend ontsmettingsmiddel toegepast? Let op het zorgvuldig gekozen eufemisme, net als bij de term gewasbeschermingsmiddelen. In beide gevallen gaat het gewoon over gif dat een plaagorganisme zou moeten doden en daarmee vaak veel meer dan dat doel.

Onbesproken blijft dat er ongelooflijk veel meer ‘goede’ organismen dat plantje beschermen tegen de belagers. Onbesproken blijft dat de toepassing van die middelen de groei van de plant vaak vertragen/hinderen en kwetsbaarder maakt tegen andere bedreigingen dan de plaag waar het tegen bedoeld was. In de praktijk zie ik elk jaar weer dat biologisch opgekweekte gewassen een gezondere en snellere begingroei hebben dan gewassen waar de ‘beschermende’ paraplu van chemische middelen op is losgelaten. Ik hoop dat deze observatie bij de volksvertegenwoordigers bekend is en anders nodig ik u allen graag uit om dat dit voorjaar te komen zien!

Vrijwel onbesproken de ecologische vernieling die wordt aangericht; de vele ‘goede’ insecten, schimmels en bacteriën die (soms heel langzaam; dat heeft dat rapport nu eens heel precies uitgetekend) vergiftigd worden en daarmee het voedsel voor de piramide daarboven. Ik roep de volksvertegenwoordigers op hier nu eens een krachtig ondubbelzinnig nee tegen te zeggen.

Ing. Digni van den Dries, Biologisch landbouwer en voorzitter van de stichting Bodembescherming Flevoland

Publicatiedatum: 14-4-2015

 

 

Echte oorzaak honger is slordig consumeren
05-10-2013 19:29
Echte oorzaak honger is slordig consumeren – Foto ANP
Foto ANP
Niet biologische landbouw, maar het westers consumptiepatroon is de boosdoener achter het wereldhongerprobleem, reageert Evert-Jan Brouwer op Ralf Bodelier (RD 28-9).

Biologische landbouw kan het wereldhongerprobleem niet oplossen. Dat is de stelling van Ralf Bodelier in zijn essay ”Biologisch eten is goed fout”. De vraag is of hij daarmee de biologische landbouw recht doet en of hij niet aan enkele belangrijke oorzaken van honger voorbijgaat. Vanuit Woord en Daad gaan we graag in debat met Bodelier, die we kennen als iemand met hart voor mensen in ontwikkelingslanden.

Bodelier maakt een tegenstelling tussen intensieve landbouw en biologische landbouw. In de praktijk is die tegenstelling er niet en bestaan er gradaties. Het is eerder zo dat biologische landbouw de intensieve landbouw soms prikkelt om meer werk te maken van duurzaamheid. Denk aan Max Havelaar Fairtradekoffie, die eraan bijgedragen heeft dat ook grote koffiemerken met het UTZ-label meer aan duurzaamheid doen. Landbouw moet voorzien in de reële behoefte aan voedsel, maar met zo min mogelijk schade aan ecosystemen en klimaat. Vanuit dat perspectief kan van biologische landbouw het nodige geleerd worden en is het belangrijk kennis op te bouwen over wat wel en niet werkt. Heel wat onderzoekers zijn daar mee bezig, ook in Afrika.

In 2050, als de wereld dan nog bestaat en de VN-voorspellingen uitkomen, zullen er tussen de 8,3 en de 10,9 miljard mensen zijn. In Nederland eten we gemiddeld 42 kilo vlees per persoon per jaar. Als alle mensen wereldwijd in 2050 evenveel vlees zouden eten, is veel extra landbouwgrond nodig om al het diervoeder te produceren. Voor 1 kilo vlees moet zo’n 10 kilo plantaardig voedsel worden geproduceerd. Dat gaat ten koste van beschikbare grond voor voedselgewassen. Het verwijt van Bodelier aan de biofans dat ze hedonistisch zijn, willen wij omzetten in een oproep aan ons allemaal: wees matig met vlees, of koop vlees dat zo dicht mogelijk bij de houdbaarheidsdatum zit. Dat vermindert de druk van de vleesconsumptie op de totale voedselproductie.

Een ingrijpend probleem waar Bodelier aan voorbijgaat is voedselverspilling. Per jaar gaat er wereldwijd 1,3 miljard ton voedsel verloren ter waarde van 750 miljard dollar. Daarmee wordt dus 28 procent van het landbouwareaal puur gebruikt om voedsel te produceren dat verspild wordt. En we raden het al: de belangrijkste verspillers wonen in het rijke Westen. Hoge-inkomenslanden zijn verantwoordelijk voor 67 procent van al het verspilde vlees. Onze cultuur om geen producten die over de datum zijn te nuttigen, treft hier meer blaam dan de consument van biologisch vlees, die vaak toch al minder vlees eet omdat de prijs ervan hoger is.

Nog een westerse factor die steeds meer leidt tot voedselgebrek is de verbouw in ontwikkelingslanden van gewassen als jatropha. Honderdduizenden hectaren goede grond die soms eerst voor voedselteelt in gebruik waren, worden nu benut om gewassen te verbouwen die wij nodig hebben voor de biobrandstof in onze benzinetank. Soms wordt de mais zelfs direct verwerkt tot brandstof.

De laatste westerse oorzaak is dat de afgelopen jaren banken, vermogensbeheerders en pensioenfondsen –die niets met voedsel te maken hebben– zich gestort hebben op de goederentermijnmarkten. Zij ontwrichten met hun speculaties de markten voor bijvoorbeeld graan, rijst, mais, koffie en soja. Grillige en stijgende voedselprijzen op de wereldmarkt zijn het gevolg. Mensen in ontwikkelingslanden voelen dat het hardst. Dat konden we zien aan gewelddadige voedselrellen in bijvoorbeeld Mozambique, Sudan en Uganda.

Tot slot de situatie in ontwikkelingslanden zelf. Daar gaat veel voedsel al bij de oogst verloren. De internationale landbouworganisatie FAO schat het verlies op 10 tot 40 procent. Slechte oogsttechnieken, onvoldoende mogelijkheden voor opslag en verwerking en slechte wegen van het platteland naar de steden zijn belangrijke oorzaken. Zo rot jaarlijks in Haïti naar schatting 30 procent van de mango’s weg op het land. Mango’s moeten na de oogst snel gekoeld worden dan wel verwerkt worden tot sap. Maar het ontbreekt de landbouwsector in Haïti daarvoor aan mogelijkheden.

Bodelier wil de 870 miljoen hongerige monden in de wereld voeden. Of ons mensen dat ooit lukt, is zeer de vraag. Maar ervan uitgaande dat we honger zo veel mogelijk willen tegengaan, moeten we de oorzaken ervan wel goed analyseren. Wie het zoeken naar oplossingen versmalt tot een discussie tussen biologische en intensieve landbouw, gaat aan te veel factoren voorbij. En wie daarnaast de ”biologische tegenstander” nostalgie en struisvogelgedrag verwijt, blokkeert de zoektocht naar landbouw die voldoende oplevert en tegelijk de natuur niet schaadt.

De auteur is werkzaam bij Woord en Daad.

Bert van Ruitenbeek reageert op verbale agressie over bio-landbouw:
“BD- en bio-boeren verdienen als pioniers juist een hele grote pluim”

Biologisch zou immoreel zijn omdat het de wereld niet kan voeden, maar dat pretendeert de biologische landbouw ook helemaal niet. Dat zegt Bert van Ruitenbeek, directeur van het bio-dynamische keurmerk Demeter, op Foodlog.

De discussie over biologische landbouw en het wereldvoedselvraagstuk komt om de zoveel tijd weer terug. Onlangs weer door de tekst van Ralf Bodelier in Trouw. Vervolgens twitte hij dat er al 5 pro-biologische tegenartikelen zijn verschenen. Ik wil graag eens duidelijk maken welke rol de biologische landbouw wat mij betreft speelt in het totaal dat we ‘de landbouw’ noemen.

Tal van gunstige ontwikkelingen in de ‘reguliere’ landbouw kennen hun oorsprong in de biologische landbouw: minder gebruik van chemie, minder kunstmest, meer dierenwelzijn, meer verbinding met de directe omgeving. Kennelijk waren die pionierende bio-boeren niet op hun achterhoofd gevallen. Ze gaven een impuls tot vernieuwing van de landbouw.

De uitdaging: circulaire systemen

Biologische boeren gebruiken ook volop techniek, maar weloverwogen en passend in het systeemdenken. Geen gentech, zeker niet zolang de ‘beloften’ zoals hogere opbrengsten, droogteresistente en zouttolerante gewassen er maar niet komen, maar er behalve gemak en tijdelijk hogere inkomens voor grote boeren, vooral monoculturen, superonkruiden en -na enkele jaren- juist een hoger gebruik van bestrijdingsmiddelen ontstaat. Misschien is biologisch niet eens het belangrijkste en gaat het veeleer om een veel groter inzet: denken in circulaire systemen, in samenhang en aansluiten op de lokale omstandigheden, gebruik makend van lokale kennis. En leren en experimenteren.

Het gaat om innovatie

Productieverhoging in Europa is helemaal het vraagstuk niet. Een robuuste, weerbare landbouw, met hoge bodemvruchtbaarheid en veel biodiversiteit is dat wel. Een landbouw waar de rest van de wereld weer van kan leren. Dat is niet alleen ecologisch, maar ook economisch gunstig.

De bio-landbouw produceert ondanks dat daar in vergelijking met gangbaar nauwelijks in onderzoek is geïnvesteerd, zeer behoorlijk. Bovendien wordt altijd het gunstigste beeld van intensieve landbouw afgezet tegen de mindere kanten van bio-landbouw. Wat te denken van de massaal maïs in plaats van gras etende koeien in de VS met negatieve gevolgen voor gezondheid, milieu en onmogelijk te sluiten kringlopen die soja importeren uit Zuid-Amerika ten kosten van regenwouden en via onze veestapel mestoverschotten produceren in ons eigen land? Er is nog een lange weg te gaan waarbij de biologische landbouw als innovatieve aanjager zijn rol bewezen heeft gespeeld, terwijl ze dat met minimale middelen voor elkaar heeft gekregen.

De inzet: risicobeheersing

Geen enkel superzaad of landbouwsysteem gaat de wereld voeden omdat voedselproductie plaats vindt binnen een ecologische, sociale en culturele context. Het ontkennen daarvan en het zoeken naar uniforme oplossingen gedomineerd door enkele multinationals vormt de grootste bedreiging. Niet alleen voor de voedselproductie, maar ook voor de sociale samenhang. De werkelijke uitdaging zit in het creëren van diversiteit zodat de landbouw weerbaar blijft. Ieder groot, monolitisch systeem is immers kwetsbaar. Als er iets fout gaat, gaat alles fout. Daarom moeten we veel meer in termen van risico en risicobeheersing denken.

Geen zwart/wit

De oplossing van het wereldvoedselvraagstuk ligt in ontwikkelingslanden en verbeteringen in kennis, infrastructuur en de beperking van oogstverliezen. We zullen moeten inschikken met ons eetpatroon en ontkomen niet aan een lagere vleesconsumptie. En in sommige gebieden zullen een beetje kunstmest en chemie tijdelijk uitkomst kunnen bieden om tot productieverhoging te komen, maar dat moet niet leiden tot een vast systeem dat nog maar één kant uitkan: steeds grotere monoculturen die de resilience van het landbouwsysteem verder uithollen, terwijl de uitdaging van onze tijd is om die weer te vergroten.

Het gaat niet om een zwart-wit discussie. Zeker is dat de biologische landbouw een enorme impuls heeft gegeven en geeft aan de verduurzaming van de landbouw en dat het op z’n minst vreemd is dat dit altijd weer zoveel verbale agressie lijkt op te roepen. Alle kaarten op bedrijven als Monsanto en co en hun verledens met Agent Orange en DDT is onwenselijk. Alle kaarten op biologisch is onhaalbaar. Een groeiende groep vaak hoog opgeleide burgers voelt aan dat we op zoek moeten naar een nieuw evenwicht in onze voedselketen. Hun veranderende eetpatroon geeft ruimte aan een innovatieve en diverse groep boeren die het stempel immoreel van theoloog Bodelier niet verdienen. Ze verdienen als pioniers juist een hele grote pluim.

Bron: Foodlog

Publicatiedatum: 27-9-2013

 

 

ZON EN ASPERGES

De winter heeft lang geduurd. Bovendien beleefden we de koudste maart van de afgelopen 25 jaar. Het gemis aan zacht, zonnig lenteweer in maart tekent zich nu af in de aanvoer van groenten. De gevolgen van zware nachtvorst en de stevige, schrale noordoostenwind zijn groot voor de vollegrondsteelt. Het was in maart eigenlijk te koud om bijvoorbeeld sla, andijvie of paksoi te telen. Ook raapstelen, veldsla, postelein en rucola lopen een paar weken achter door het koude weer.

De oogst van asperges ondervindt dit jaar eveneens een moeizame start. De verlenging van winterweer naar het voorjaar werd veroorzaakt door een zeer krachtig en standvastig hogedrukgebied boven Groenland. Uiteindelijk ruimt de kou van de afgelopen maanden het veld en volgt een snelle stijging van temperatuur met veel zon.

Net als velen van ons omarmen asperges de zon en komen ze dan naar buiten. Als er barsten in de grond ontstaan, meestal ’s morgens als de zon op komt en de grond verwarmt, willen de asperges geoogst worden. Met een speciaal mes worden de asperges gestoken. De barsten in de grond worden daarna weer dicht gemaakt voor de andere asperges die nog niet aan de oogst toe zijn.

Minstens drie jaar zijn daar aan voorafgegaan. Het begint met het zaaien in mei. Als de zaadjes gaan kiemen worden de wortelstokken gevormd. Een jaar later, in maart, worden deze wortelstokken geplant in geulen. Nog een jaar later worden er bedden voor ze aangelegd. Er worden dekens gemaakt van 30 centimeter los zand zodat de asperges, de eigenlijke uitlopers van de wortelstokken, comfortabel verder kunnen groeien en dat in het donker kunnen doen zodat ze wit blijven. Aspergebedden worden afgedekt met donker folie om eventuele doorgebroken koppen ook wit te houden. Inmiddels zijn we dan drie jaar verder en kan er voorzichtig voor het eerst geoogst worden. In dit derde jaar wordt maar tot eind mei geoogst om de plant de ruimte te geven zich verder te ontwikkelen. Vanaf het vierde jaar is de plant sterk en groeien er genoeg asperges om tot eind juni te steken, daarna maken de planten de knoppen aan voor het volgende jaar. ’s Zomers ontpopt de aspergeplant zich tot een hoge struik. De struik sterft in de herfst af, de wortelstokken zijn winterhard. Zij vormen nieuwe uitlopers en leven naar het volgende voorjaar toe. Een warm voorjaar deze keer, zo hopen we!

EUROPESE UITSPRAAK BESTRIJDINGSMIDDELEN EN BIJENSTERFTE

Eerder berichtten wij u over het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het mogelijke verband met de toenemende bijensterfte. Vorige week is het Europees parlement bij elkaar gekomen is besloten tot een belangrijke eerste stap; drie voor bijen schadelijke pesticiden worden tijdelijk in Europa verboden. Het gaat om zogenoemde neonicotinoiden die volgens studies schadelijk zijn voor bijen. Het verbod moet de slinkende bijenpopulatie beschermen. De maatregelen gaan 1 december in. Na 2 jaar zal er gekeken worden of de maatregelen effect hadden en of er Europese wetgeving moet komen.

 

Graag gentechvrij

Nijmegen is de eerste Nederlandse gemeente die een gentechvrije zone wettelijk geregeld heeft. In het bestemmingsplan is vastgelegd dat in de wijk Ooyse Schependom géén gentechgewassen mogen groeien. Daarmee wil Nijmegen de boeren en de natuur beschermen tegen gentechlandbouw. De gentechvrije zone is ontstaan dankzij een burgerinitiatief waarvoor 4.000 handtekeningen zijn opgehaald. Initiatiefnemer Dirk Hart van het burgerinitiatief: “Als de buurman van een biologische boer gentechgewassen plant, kan dat de biologisch geteelde gewassen besmetten. Alleen door grote gebieden geheel gentechvrij te verklaren, kun je deze ongewenste invloed voorkomen.” Maaike Raaijmakers van Bionext, ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding: “Wat bijzonder is in Nijmegen, is dat een gentechvrije zone is vastgelegd in een bestemmingsplan. Ik verwacht dat meer gemeentes van deze juridische mogelijkheid gebruik zullen maken, zodat er geen proefvelden met gentechgewassen in het betreffende gebied kunnen komen. Dat betekent een enorme steun in de rug voor alle biologische en gangbare boeren die hun land vrij willen houden van gentechgewassen.”

Nijmegen sluit zich met dit besluit aan bij een groeiende Europese beweging waarbij gemeenten of provincies zelf genetisch gemanipuleerde gewassen weren om de bestaande landbouw te beschermen. In Europa zijn ruim 450 van dit soort gentechvrije regio’s ingesteld. Deze zijn echter meestal niet juridisch bindend. Ook in Nederland onderzoeken verschillende gemeenten hoe zij, net als in Nijmegen, een gentechvrije zone in de wet kunnen vastleggen. Bijvoorbeeld de gemeente Culemborg, Loenen aan de Vecht en Borger Odoorn zijn daarmee bezig.

De commerciële teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen is in Europa nog zeer beperkt, maar dit dreigt op korte termijn te veranderen. Verschillende gewassen staan namelijk op de nominatie voor toelating. Bovendien wordt er veel gentechmaïs en –soja geïmporteerd voor de veevoederindustrie. Dat gentechveevoer wordt in ons land gegeten door 90% van de dieren in de intensieve veehouderij. Je zou kunnen zeggen dat iedereen die niet-biologische melk of yoghurt koopt, dit systeem in stand houdt. Vaak zonder het te weten, want op een pak melk of yoghurt hoeft niet vermeld te worden wat de koe gegeten heeft… Dieren in de biologische veehouderij krijgen biologisch voer, natuurlijk gentechvrij. Kortom: kies voor biologisch!

Hart voor biodiversiteit

Steeds vaker vragen grote bedrijven octrooi (of patent) aan op erfelijke eigenschappen van planten of dieren. Met een octrooi wordt één bedrijf als het ware de tijdelijke ‘eigenaar’ van deze eigenschap. Niemand mag zonder toestemming van de octrooihouder nog gebruik maken van deze eigenschap. Zo is bijvoorbeeld octrooi aangevraagd op koeien die meer melk geven en op tomaten die minder water bevatten. Met een octrooi krijgt een bedrijf zeggenschap over alle planten- of dierenrassen waar deze eigenschappen in zitten en over alle producten die daaruit voortkomen zoals zaden en voedsel. Daarbij gaat het allang niet meer alleen om genetisch gemanipuleerde gewassen. Ook op gewone, klassiek veredelde gewassen van bijvoorbeeld tomaten, broccoli en meloen is octrooi aangevraagd.

Inmiddels zijn er al 900 octrooien op dieren en 1.800 octrooien op planten verleend en zijn er duizenden in voorbereiding. Wat zijn hiervan de gevolgen?

  • Grote bedrijven als Monsanto, Dupont en Syngenta krijgen steeds meer controle op de wereldwijde productie van zaden en voedsel;

  • Kleinere, ook biologische, zaadbedrijven mogen deze geoctrooieerde planten niet meer gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe rassen en worden zo uit de markt gedrukt;

  • Boeren betalen hogere prijzen voor hun zaad, consumenten krijgen minder keuze en de biodiversiteit neemt af.

Bionext, de organisatie voor duurzame, biologische landbouw en voeding, wil deze ontwikkeling zo snel mogelijk een halt toeroepen. De organisatie vindt dat het onmogelijk moet worden om octrooi aan te vragen op eigenschappen van planten en dieren. Dieren en planten zijn immers geen uitvindingen, ze zijn onderdeel van de natuur en van onze landbouwcultuur en dus van ons allemaal! Dit najaar start Bionext daarom een actie ‘Hart voor biodiversiteit, géén octrooi op leven.’ Op www.bionext.nl/hartvoorbiodiversiteit kun je een petitie ondertekenen en staat informatie over hoe je de actie financieel kunt steunen.

Wat gaat er concreet gebeuren? Om te beginnen gaat Bionext voorlichting geven aan consumenten, politici en organisaties over de gevolgen van octrooi op planten en dieren. Ook zal in politiek Den Haag en Brussel worden gepleit voor aanpassing van de Europese octrooi-wetgeving. Samen met partnerorganisaties zal Bionext proberen aangevraagde, maar nog niet toegekende octrooien van tafel te krijgen. Helpt u mee?

 

 

U kunt Gerard nu ook volgen op Twitter onder de naam:   http://www.twitter.com/BakkerGerard (@BakkerGerard)

 

 

 

Zojuist is dit persbericht vanuit Bionext verstuurd. Een mooi bericht voor en over onze sector!

 

 

Consument koopt 12 procent meer biologisch in eerste helft 2012

Biologische sector wil actief bijdragen aan duurzamer voedselketen

 

De consumentenbestedingen aan biologische voeding zijn in het eerste halfjaar van 2012 met bijna 12 procent (11,8%) toegenomen. De omzet steeg met ruim 47 miljoen euro naar 445 miljoen. Als deze trend zich doorzet, komt aan het eind van dit jaar de grens van 1 miljard jaaromzet in zicht. Dit stelt ketenorganisatie Bionext, op het jaarcongres van de sector bij de Triodos Bank in Zeist.

 

De omzet van biologische voeding stijgt al tien jaar op rij. In die periode is de omzet verdubbeld. Alle verkoopkanalen droegen in de eerste helft van 2012 aan de groei bij. Met uitzondering van vleesvervangers groeiden alle productgroepen. De grootste groei komt van biologische vis (+94%), vleeswaren (+55%) en koffie thee cacao (+25%). Omdat de vraag naar duurzaam geproduceerd voedsel hand over hand toeneemt, spelen steeds meer gangbare producenten, verwerkingsbedrijven en retailers in op deze ontwikkeling. Consumenten hebben als gevolg daarvan steeds meer keus uit diervriendelijker of ethischer geproduceerd voedsel.

 

De biologische landbouw zorgt voor duurzamer voedselproductie, respectvol zakendoen en ethischer omgaan met dieren. De sector is graag bereid kennis en inzichten te delen met partijen die via andere wegen op zoek zijn naar duurzamer voedselproductie. Bavo van den Idsert, directeur Bionext: “Duurzaamheidsdenken zit in de genen van de biologische sector. Bedrijven willen aan een brede groep consumenten laten zien dat bewust biologisch eten oplossingen kan bieden voor grote maatschappelijke issues als de uitputting van natuurlijke hulpbronnen, verschraling van biodiversiteit, dierenwelzijn, obesitas en de snel groeiende wereldbevolking.”

 

Op het jaarcongres heeft de provincie Noord-Holland, in de persoon van gedeputeerde Jaap Bond, de erepenning van verdienste voor de biologische landbouw en voeding gekregen. Een ambitieus en consistent beleid en meetbaar goede resultaten zijn volgens Bionext de belangrijkste redenen om de penning aan Bond uit te reiken.

 

Einde persbericht

 

Gentech maïs

 

Franse wetenschappers publiceerden in september de resultaten van een onderzoek naar de gezondheidseffecten van genetisch gemanipuleerde maïs (GM-maïs). De GM-maïs van Monsanto (Amerikaanse multinational) werd twee jaar lang gevoerd aan ratten. Ook werden ratten blootgesteld aan de onkruidverdelger RoundUp, eveneens afkomstig van Monsanto. De uitkomst van het onderzoek waren zorgwekkend: de ratten kregen tumoren en allerlei beschadigingen aan hun organen. Ruim de helft van de ratten legde voortijdig het loodje.

 

Voor de Franse overheid was deze publicatie aanleiding om nader onderzoek te laten doen naar de risico’s van gentech. Sommige experts kwamen juist met felle kritiek op de Franse onderzoekers: hun methode zou niet deugen, de uitkomsten zouden onbetrouwbaar zijn. Monsanto liet weten – hoe verrassend – nog steeds vertrouwen te hebben in de veiligheid van de eigen producten.

 

Of de ratten nu uitsluitend ziek werden en doodgingen door de producten van Monsanto, laten we hier in het midden. Daar mogen de experts zich over buigen. Wat als een paal boven water staat, is dat GM-toepassingen in de voedselproductie allerlei risico’s met zich meebrengen. Misschien nog wel meer dan we op dit moment weten. Het Franse onderzoek is namelijk het eerste waarbij naar de lange termijn effecten is gekeken van de consumptie van GM-gewassen. In de toelatingsprocedure van GM-gewassen worden normaal alleen voederproeven tot 90 dagen gedaan. Vervolgonderzoek is dus hard nodig.

 

Als je een biologische boer vraagt hoe hij naar gentech kijkt, zal hij zoiets antwoorden: ‘Gentech hebben we niet nodig, de natuur is goed genoeg.’ Veel reguliere boeren denken er net zo over. En heeft u wel eens iemand horen zeggen dat hij of zij dolgraag eens een genetisch gemanipuleerde tomaat wil eten? Waarschijnlijk niet. Er is eenvoudig géén vraag naar. Je kunt je dus afvragen waarom er wel aanbod wordt gecreëerd…In Nederland worden trouwens geen GM-gewassen verbouwd voor mensen of dieren; wel worden veldproeven gedaan. Ook importeert Europa veel genetisch gemanipuleerde maïs en soja die in ons veevoer terecht komt. Gelukkig niet in de biologische sector, daar eten de dieren biologisch voer.

 

Bionext, de ketenorganisatie voor biologische voeding en landbouw, zet zich ervoor in om de biologische sector gentechvrij te houden. De organisatie vindt het een goed idee als er meer onderzoek wordt gedaan naar de milieu- en gezondheidsrisico’s van gentech. Meer info: www.bionext.nl

 

 

PAN adviseert biologisch

 

Je kunt óók kiezen voor biologisch vanwege alles wat er niet in zit. Deze maand verschenen er berichten in de media over een alarmerend onderzoek van het Pesticide Action Network (PAN) naar resten van chemische bestrijdingsmiddelen op groenten en fruit. De meeste schadelijke stoffen werden aangetroffen in sla, tomaten, komkommers. Hierbij ging het om stoffen die, schrik niet…, de menselijke hormoonhuishouding ontregelen.

 

PAN is een internationaal samenwerkingsverband van maatschappelijke organisaties, met alleen al in Europa tientallen leden. PAN heeft een analyse gedaan op basis van gegevens van de Europese autoriteit voor voedselveiligheid. Uit het onderzoek blijkt dat ons dagelijks eten is vervuild met resten van ruim dertig verschillende pesticiden die een negatief effect hebben op onze gezondheid. Consumenten zouden meer last hebben van chronische ziektes, minder vruchtbaar zijn en vaker obesitas of diabetes krijgen. Om ervoor te zorgen dat dit verhaal bekendheid krijgt, heeft PAN een wegwijzer gemaakt voor consumenten waarin de 10 ‘meest verstorende’ voedselproducten vermeld staan. Deze wegwijzer is vinden op de website: www.disruptingfood.info.

 

PAN vindt de uitkomsten ‘alarmerend’ en pleit voor aangescherpte Europese regels. Ook wil het netwerk dat er vervolgonderzoek wordt gedaan, zodat duidelijk wordt of kleine hoeveelheden hormoonverstorende stoffen inderdaad schadelijk zijn voor de mens. Hierover zegt Jeroen van de Sluis, docent Nieuwe Risico’s aan de Universiteit Utrecht: “Uit onderzoek blijkt al dat kankerverwekkende stoffen ook in lage dosis schadelijk zijn. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat dit ook geldt voor hormoonverstorende stoffen.” In vergelijking met 1990 begint de borstontwikkeling bij meisjes twee jaar eerder en in dezelfde periode zijn mannen veel minder vruchtbaar geworden. “Het zou daarom goed zijn om aparte eisen te stellen aan pesticiden die de hormoonhuishouding ontregelen.”

 

PAN adviseert mensen om te kiezen voor biologische producten, omdat die niet bespoten zijn met chemische bestrijdingsmiddelen. Dat is niet alleen een stevig signaal voor ons consumenten, maar betekent tegelijkertijd een steun in de rug voor biologische telers. Zelf kun je ook een handje helpen, door elke week biologisch fruit te kopen en biologische groenten klaar te maken. Gewoon in je eigen pan

 

Aardappelhelden

Van 29 september t/m 7 oktober is de Week van de

Smaak. Dit is een jaarlijks terugkerend evenement

waarin gezonde en eerlijke voeding centraal staat.

In de vele feestelijke activiteiten kun je kennismaken

met ‘ambachtelijke, seizoensgebonden,

natuurzuivere, duurzame en streekgebonden

producten’. In Amersfoort gaat vooral heel veel

gebeuren, want dat is in 2012 de Hoofdstad van de

Smaak.

Een mooi onderdeel is de Heldenverkiezing, die

dit jaar in het teken staat van de aardappel. (De

Tweede Kamerverkiezingen zijn nog maar net

voorbij, of er kan alweer gestemd worden!) Iedereen

die zich op een bijzondere manier inzet voor de

aardappel kon genomineerd worden. Van telers tot

en met producenten en onderzoekers. Op www.

weekvandesmaak.nl kun je ‘kennismaken’ met de

twaalf finalisten.

Als je kijkt naar de lijst met finalisten valt één ding

op. Vijf van de twaalf doen iets met biologische

aardappels. Uitgedrukt in procenten is dat maar

liefst 41,6%! Een percentage om trots op te zijn,

zeker als je weet dat van alle landbouwgrond

in Nederland nu 3% biologisch is. Dit zijn de vijf

biologische helden die zijn doorgedrongen tot de

finale:

• Lambert Seijens van de Tuinen van Weldadigheid

in Veenhuizen (Drenthe). Hij teelt vergeten

groenten en aardappels zoals de Koopmans

Blauwe en Woudgeeltje.

• Jan Overesch uit Raalte (Overijssel). Zijn

Sallandse pieper is een succes in de regio.

Daarnaast teelt hij heerlijke Frieslanders en Raja.

• Niek en Michiel Vos uit Kraggenburg

(Flevoland). Hun gedrevenheid heeft geleid tot

de ontwikkeling van een nieuw aardappelras,

de Bionica. Dit ras is bestand tegen de

Phytophthora-schimmel, wat een doorbraak kan

betekenen voor de biologische landbouw.

• Wilma Kraaij en Erik Smeenk van Biologische

Tuinderij Klein Broekhuizen uit Wehl

(Gelderland). Zij laten zien dat duurzame teelt en

regionale afzet lonend zijn. Ook experimenteren

ze met de teelt van nieuwe rassen.

• Bijzonder hoogleraar Edith Lammerts van

Bueren van het Louis Bolk Instituut in Driebergen

(Utrecht). Zij zet zich in voor de veredeling van

lekkere en duurzame aardappelrassen voor de

biologische sector. Haar werk heeft een grote

impact op het verduurzamen van de landbouw.

Tot 28 september kan er gestemd worden op

www.weekvandesmaak.nl. Op 29 september

worden de winnaars bekend gemaakt. De finalist

met de meeste stemmen wint de publieksprijs, een

vakjury reikt ook een prijs uit. Allemaal stemmen

dus!

 

Brood, zoals het bedoeld is.”

In 2000 wordt hij door andere bakkers uitgelachen op een themadag van de NBOV. Nu, ruim elf jaar later draaien bijna wekelijks bakkers ’s nachts in de productie mee om “het vak” te leren. Van hype naar lifestyle.

Door Hans van Noort

De omschakeling van “normale” bakker naar biologische is ingegeven door de omstandigheden én goed luisteren naar de klanten. Bakker heeft u ook glutenvrijbrood of lactosevrij- of EKO- of… is de vraag. Met “Neen, dat verkopen wij niet.” is het antwoord snel gegeven. Wij, Gerard en Suus Hardeman zijn juist ingespeeld op de vraag uit de markt. “Wij maken het voor u.”

Plaats

De winkel en bakkerij van Gerard en Suus vinden we onder aan de Wijker Toren, Torenstraat 2, in het prachtige rivierenlandschap van het land van Heusden en Altena, nabij Nationaal Park De Biesbosch in Wijk & Aalburg. De winkel is eenvoudig, maar knus en gezellig ingericht met veel stellingen met biologische -, reform- en SKAL- gecertificeerde producten. Het oogstrelende brood ligt gewoon in stellingen en kistjes mooi te zijn. In een soort opkamer zijn zitjes gecreëerd waar iets gegeten en gedronken kan worden. Tevens doet deze ruimte dienst als VVV-servicepunt. Fietsroutes, streekinformatie, (ansicht)kaarten en streekproducten als vruchtensappen, wijnen, bier en advocaat staan/liggen er in overvloed. Een koelvitrine met biologisch groente en fruit vult de wand.

Gerard is hier in 1996 begonnen met zijn bakkerij. In 2000 is hij overgestapt naar biologisch. Binnen een half jaar is hij 80% van zijn vaste klanten verloren! Toch gelooft hij en Suus in biologisch en gaan ervoor.

In de bakkerij staan zes kneders op rij, géén hypermoderne spiraalkneders met digitale klokken en meters, neen, “ouderwetse” hevelkneders. De gasgestookte heet water oven van ovenbouwer De Boer moet binnenkort wijken. “Met de huidige gasprijzen is dat niet leuk meer”, aldus Gerard. Er staat nog een elektrische Monsun. Gerard is daar dik tevreden over en overweegt er een bij te kopen ter vervanging van die De Boer.

Buiten is een ruim bemeten terras met voldoende parkeergelegenheid. Het terras is uitnodigend. ’s Zomers en bij mooi weer is het druk, verschillende wandel – en fietsroutes, als de Maasroute en de Maas en Vestingroute komen pal langs de bakkerij.

Product

Biologische grondstoffen zijn het uitgangspunt. Die zijn geteeld zonder kunstmest of stikstof en ook chemische bestrijdingsmiddelen zijn taboe. Het meel en bloem (spelt, rogge, boekweit, tarwe) komt van Hermus in Made. Hieraan worden natuurlijk géén hulpstoffen toegevoegd om het bereidingsproces van brood te vergemakkelijken! “Ook genetisch gemodificeerde/gemanipuleerde grondstoffen en kant en klare mixen komen er hier niet in”, is de stelling van Hardeman. “We denken niet in toevoegingen! Goed en lekker brood bevat slechts meel, water, zout en biologische gist en/of eigen gemaakte desem.”

Het zout is niet het gebruikelijke NaCl (keukenzout) maar Keltisch zeezout of Guerande zout. Het wordt op natuurlijke wijze gewonnen door droging in de zon. Puur onbewerkt zeezout bestaat uit maar liefst 84 mineralen en sporenelementen!

De andere grondstoffen komen van DO-IT in Barneveld, een gespecialiseerde groothandel in biologische artikelen.

Een van de streekproducten is de Aalburgse mik. Een brood gemaakt van een mengsel van een derde () deel geplette tarwe, havervlokken, roggevlokken, gierst, sesam- en lijnzaad, zonnebloem- en pompoenpitten en twee derde deel (⅔) volkoren meel. Verder zoals al aangegeven Guerande zout, desem en water. Het desem wordt zelf gemaakt. Gerard: “Als je er een beetje lief voor bent kun je het na ca. 12 dagen toevoegen aan de andere, hier boven genoemde, grondstoffen. Desem maken moet je wel leren. Als je het eenmaal onder de knie hebt, is het een kleine moeite waaraan je veel plezier beleeft. Desem is wel gevoelig voor weersinvloeden en maanstanden. “Ik ben helemaal géén zweverig type, maar de praktijk wijst uit dat het zo is. Wetenschappelijk is het niet te verklaren!”

Ook wordt gebruik gemaakt van Sekowadesem. Dit is een desem van erwtenmeel, maïs en honing.

De biologische gist komt uit Zwitserland. “Het is fantastisch om mee te werken, het ondersteunt het biologische meel helemaal – het past écht bij elkaar!”

Het kneedproces duurt ongeveer 45 minuten (vandaar die kneders!). Na een bulkrijs, rusten en opmaken gaan de broden in rieten mandjes voor de narijs. De rieten(van wilgentenen) mandjes heeft Gerard voor een prikkie gekocht bij een rietvlechter in de buurt. Suus heeft van een paar lakens “deegkleedjes” genaaid voor in de mandjes. Wekelijks worden de deegkleedjes van de mandjes gehaald en gewassen! Dit geschiedt ook met de zakjes van de Kalmeijer puntenkast! “Van de keuringsdienst kregen we een compliment dat dit er zo netjes uitziet”, vertelt Gerard niet zonder trots.

Andere producten

In een oude amandel wrijfmachine draait Gerard zelf zijn spijs. Voor de bitterkoekjes gebruikt hij maar liefst 30% bittere amandelen. “Dan zijn ze tenminste lekker bitter.” De bittere amandelen bestelt hij rechtstreeks in Spanje. Via een biologische vakbeurs Biofach in Neurenberg (D) is hij aan de contacten gekomen. De amandelen en rietsuiker gaan wel 6 x door de machine om de juiste fijnheid te verkrijgen. Ook de vulspijs, voor bijvoorbeeld de gevulde koeken, en marsepein draait hij zelf. De gevulde koeken maakt hij vierkant. “Dan onderscheidt je je tenminste!” Korstdeeg voor verschillende banketproducten – uiteraard home made. Broodsoorten als speltbrood, müslibrood en -broodjes, gevuld brood met een veelheid aan noten, rozijnen en andere zuidvruchten staan natuurlijk ook in de productieplanning.

Verder ontbijtservice, belegde broodjes, lunches – zelfs in de bakkerij, zorgen er voor dat Gerard en Suus niet vaak stil zitten.

Marketing

Ook een biologische bakker doet natuurlijk aan het vermarkten van zijn producten. Met regelmaat krijgen ze vrouwenclubjes over de vloer voor rondleidingen en het verhaal achter biologisch brood en -producten. Met passie en veel humor vertelt Gerard dan zijn verhaal. De rondleiding annex lezing is gratis, maar aan het eind kunnen de gasten een vrijwillige bijdrage op een schoteltje deponeren. “Meestal gaan de mensen ook nog eens met tassen vol de deur uit, ik bak er extra voor!”

Binnenkort komen vijftien topkoks van restaurants met Michelinster(ren) bij hem een workshop biologische brood bakken volgen.

Met regelmaat klampen klanten of regionale clubs hem aan voor het geven van presentaties of “masterclasses”. Hetzij je eigen pizza maken, speculaasproducten of anderszins. Veelal wordt er tijd voor vrij gemaakt!

De tophoreca serveert graag zijn biologische minibolletjes bij het diner. De omzet ziet hij maandelijks toenemen!

Op het stoepbord zet Gerard met regelmaat prikkelende teksten zoals:

brood

is pas Brood

als het hier BROOD geworden is.”

of

Doe eens normaal

doe biologisch. “

Ook op de Kerstfolder, met foto’s vanuit de Wijker Toren genomen, uit hij zich met:

Wat ruikt de Kerstlucht mooi hier!”

Tijdens Open Huis heeft hij 120.000 folders laten drukken met een prijsvraag erop. Het is een enorm succes geworden. Zijn manier van bakken én presenteren slaat aan.

Dat alle inspanningen niet voor niets zijn geven de jaarlijkse omzetstijgingen aan. Vorig jaar ging ondanks de crisis de omzet met maar liefst 30% omhoog! “Dat geeft een geweldige kick. Daar doe je het voor!”

Streekproducten

Met een groep van 20 ondernemers uit het land van Altena en Heusden voeren ze de streekproducten onder de mom: “Wij zijn aantrekkelijk, smaakvol uit eigen streek”. Een aardbeienkweker, een kersenteler, biologische groenten en fruit, eieren, aardappelen, boerenkaas, zuivel, geitenmelk en -kaas, sappen, honing, andere akkerbouwproducten en een laanbomenkwekerij presenteren zich gezamenlijk op allerlei manifestaties. Bij verschillende boerderijwinkels liggen ook de producten van bakkerij Hardeman.

Indien gewenst kunnen bestellingen via de webshop besteld en verzonden worden.

Een bakkerij met een ouderwetse uitstraling, maar… inspelend op de vraag van nu, is eigenlijk heel modern en eigentijds. Voor velen een voorbeeld.

Bakkerij Hardeman bakt brood zoals het bedoeld is, brood is feest!

 

Bakkerij Hardeman duurzaamste onderneming

wijk en aalburg

 • 

Bakkerij Hardeman heeft dinsdagavond de prijs voor de meest duurzame onderneming van 2012 toegekend gekregen.

 

De prijs werd voor het eerst uitgereikt door de Aalburgse werkgroep Millenniumgemeente. Gerben van Helden roemde namens de jury de consequent duurzame bedrijfsvoering van de Wijk en Aalburgse bakker. “Er zit een visie achter, zij doen dit vanuit de basis. Dat Bakkerij Hardeman zichzelf niet heeft opgegeven voor deze prijs is sprekend.” Van Helden verklaarde dat er veel inzendingen binnen waren gekomen en dat Bakkerij Hardeman uiteindelijk gekozen is uit een selectie van acht kandidaten. “We zijn onder de indruk van alle initiatieven rondom duurzaamheid, de een wat bekender dan de ander.” De prijs voor het meest duurzame bedrijf van 2012 werd dinsdag uitgereikt op het gemeentehuis in Wijk en Aalburg.

Zomer

Gedurende de tweede helft van augustus gebeurt

er veel op het land. De komkommertijd maakt

langzaamaan plaats voor de pruimentijd. Aardbeien

hebben in de winkelschappen plaatsgemaakt

voor verschillende soorten pruimen. Bramen

kunnen geplukt worden en jam wordt weer

ingemaakt. De eerste Nederlandse appels hebben

zich aangediend. Collina’s en Delcorf appels

bijvoorbeeld. Deze vroege appelsoorten worden

onder andere geteeld bij biologisch fruitbedrijf

William Pouw uit Schalkwijk. Harmen Peters, die

de afzet coördineert, vertelt: “De Delcorf is een fris

zoetzuur knapperig appeltje. Het is een zomerappel

en geen bewaarappel zoals de Elstar of de Santana

die in de herfst geplukt worden.” De Delcorf is geen

oud ras, maar een kruising tussen de appelrassen

Jongrimes en Golden Delicious. Harmen: “Het is een

erg butsgevoelige appel, je moet er voorzichtig mee

zijn. Met een ei kun je meer doen. Daartegenover

staat dat deze appeltjes erg lekker zijn.”

Nieuwe wortelen, sla en aardappelen van

Nederlandse bodem zijn al volop verkrijgbaar.

Tuinderij De Witte Raaf uit Denekamp heeft een

bijzonder aardappelras op zijn bedrijf; Ratte

d’Ardeche. De eerste oogst is uit de grond gehaald.

Het gaat hier om een oud ras, dat in de geschiedenis

teruggaat tot 1872. Schrijver Maarten ’t Hart, die de

aardappels in zijn eigen tuin verbouwt, looft ze in

zijn boek ‘De groene overmacht’: “Ze zijn langwerpig,

lijken nog het meest op als aardappel vermomde

augurkjes en de smaak is goddelijk. Pommes van

eigen grond, zonder gif of kunststront, rond en

gaaf en gezond, wat een feest in de mond!” Een

aanrader, ook wat ons betreft. Ze zijn er niet vaak,

maar momenteel in een aantal winkels verkrijgbaar.

Het kleurenpalet in het groentenschap van de

winkels is mooi in deze tijd van het jaar. Kijkt u maar

eens goed, de paprika’s en aubergines doen het

geweldig tussen de sla en de wortelen. Suikermaïs

wordt volop geoogst en ook al is het nog geen herfst,

de eerste Nederlandse pompoenen verschijnen

op het toneel. Ze komen bij teler Jan Overesch

uit Raalte vandaan. Hij speelt in op de vraag van

consumenten om ook dit jaargetijde Nederlandse

pompoenen te kunnen eten. “Voor de vroege

pompoenen planten we rond 20 april potjes in de

kas. Na twee weken worden de potjes uitgeplant.

De pompoenen die deze planten geven, kunnen we

nu oogsten.” Hij vertelt dat het voor de pompoenen

een goed voorjaar is geweest en dat we dit jaar een

goede oogst mogen verwachten. “Het voorjaar was

dit jaar een stuk beter dan vorig jaar, toen hadden

we met droogte te maken. Dit jaar is de plant goed

ontwikkeld en geeft hij mooie pompoenen.”

Fruitvliegjes

We kennen ze allemaal. Ze zijn klein, maar komen

meestal met velen tegelijk. Wanneer je hand

vlakbij de fruitschaal is om de banaan te pakken,

stuiven de fruitvliegjes weg. Ze zijn laat dit jaar,

de weersomstandigheden zijn niet gunstig voor

ze geweest, maar inmiddels zijn ze op meerdere

plekken gesignaleerd. Wanneer ze eenmaal in

huis zijn, kom je er moeilijk van af. Ieder vrouwtje

kan meer dan honderd eitjes per dag leggen die

binnen 12 dagen uitkomen. Hoe warmer, hoe

sneller de ontwikkeling van eitje naar volwassen

vlieg verloopt. Ze kan zo gedurende haar leven als

het mee zit voor zo’n 900 nakomelingen zorgen.

De gemiddelde levensduur van de fruitvlieg is een

ruime maand.

Fruitvliegjes hebben een sterk reukorgaan en

komen af op de geur van alcohol. Wanneer een

stuk fruit een minuscuul klein rottend plekje heeft,

ruiken de beestjes het. Zo’n rottend plekje ontstaat

door gisten. En bij een gistingsproces ontstaat

alcohol. De vliegjes, die zo’n 2 tot 4 millimeter groot

kunnen worden en overigens rode ogen hebben,

komen vaak van buiten. Er zijn weinig mensen die

het alcoholpromillage van fruitvliegjes aankunnen.

De vliegjes zelf blijven er, door een enzym in hun

lijfje, nuchter bij.

Het is een misverstand dat fruitvliegjes meekomen

via gekocht fruit. Ze komen meestal van buiten

en zijn afgegaan op de geur van alcohol. Om

zwermen fruitvliegjes te voorkomen kun je fruitige

voedingswaren zoveel mogelijk afgesloten of in de

koelkast bewaren. Laat geen glazen of flessen staan

met restjes limonade, wijn of bier staan. Let op het

fruit, eet rijp fruit op! Dat is bovendien nog lekker

ook. Wel de schillen naar buiten brengen.

Zijn ze er dan toch, u kunt fruitvliegjes op een

vriendelijke manier vangen in een afsluitbaar

emmertje met (bananen)schillen of een paar stukjes

zachtfruit. Deksel snel erop. Emmer buiten openen.

Fruitvliegjes hebben een hekel aan de geur van verse

kruiden. Een basilicumplant, wat verse lavendel,

knoflook of een dilleplant kunnen zeer nuttig zijn.

Wat kruidnagels in de fruitschaal maakt de schaal

voor fruitvliegjes een stuk oninteressanter.

Ook winkeliers kunnen last hebben van fruitvliegjes.

In een verse kist blakende abrikozen kan op de

bodem een exemplaar liggen met een klein beurs

plekje. Een paradijs voor fruitvliegjes. Zwarte puntjes

op bananen hebben een aanzuigende werking.

Een lekkende aardbei in een verder prachtig bakje

kan grote consequenties hebben. Ook voor de

winkeliers hebben we een tip, een draaiende kleine

ventilator in de buurt doet wonderen. Door de wind

namelijk wordt het de beestjes onmogelijk gemaakt

om te landen

Bron: Proef vitatas nieuws

Duurzame plofkip?

Een van de grootste pechvogels in ons land is de

plofkip. Het dier is een antwoord op de grote vraag

naar goedkoop vlees. In zes weken tijd wordt een

kuiken van 50 gram opgepompt tot een dier van

meer dan twee kilo dat vaak niet meer op haar eigen

poten kan staan. Verbaasd waren we toen RTLnieuws

vorige week kopte: “Biologische kip slechter

voor milieu dan plofkip”.

Promovenda Sanne Dekker uit Wageningen

concludeert in haar recente proefschrift dat de

plofkip als het om duurzaamheid gaat beter scoort

dan haar biologische zus, zo berichtten meerdere

kranten. Het dier wint op punten als voederteelt,

verwerking, transport, ruimtegebruik en ammoniakuitstoot.

Het voer is de meest bepalende factor in

de milieuprestaties van een kip volgens Dekker.

Biologisch kent een lagere productie per hectare

van voer, en de vraag wordt nog eens versterkt door

de grotere voerbehoefte van een biologische kip.

De ammoniak-uitstoot in legbatterijen is het laagst.

Vooral omdat de mest gelijk wordt opgevangen,

gedroogd en afgevoerd. Ook als het gaat om

huisvesting en transport komt de plofkip, als het

aan het onderzoek ligt, als beste uit de bus.

Een plofkip, in vaktaal een vleeskuiken, kent een

leven van zes weken dat ze samen met tienduizend

anderen in een megastal met nauwelijks daglicht

doorbrengt. In Nederland worden ruim 450 miljoen

plofkippen per jaar geproduceerd. Het gehele

proces, zoals transport en verwerking, is uiterst

efficiënt opgesteld teneinde de kostprijs van de

kippen zo laag mogelijk te houden. Overvolle

vrachtwagens en zieke kippen ten spijt is dit een

milieuvriendelijke oplossing. De emissie van mest

in een vleeskuikenstal is laag, zo stelt Dekker. Toch

wordt die mest massaal uitgereden op de akkers.

Een groot deel daarvan komt in het grondwater

terecht, waardoor het nitraatgehalte te hoog wordt

en het water gezuiverd moet worden.

Een biologische kip die binnen en buiten kan

rondlopen, antibioticumvrij is, en lekker leeft,

scoort bij ons hoog op de duurzaamheidsladder.

‘Duurzaam’ betekent leven en produceren op een

manier die goed is voor mens, milieu én dier. De

kipproducten en de eieren in onze winkels zijn

gegarandeerd biologisch of biologisch-dynamisch.

Daar zijn we trots op. Onze kippen zijn, en blijven,

kiplekker.

De oplossing van de milieubelasting van

vleesproductie ligt volgens ons in een verandering

van eetgewoontes. De enorme vraag naar

goedkoop vlees brengt vanzelfsprekend een grote

milieubelasting met zich mee. Als we minder vaak

vlees eten en dat biologisch doen, zijn we op de

goede weg.

Bron: Proef vitatas nieuws

Lente

Toen kwam eindelijk de zon. Momenteel wordt

er door onze tuinders druk geplant en gezaaid

– sperziebonen en pompoenen bijvoorbeeld -,

onkruid gewied om de gewassen voldoende ruimte,

water en zon te bieden, maar ook al veel geoogst.

Rabarber, spitskool, komkommers, sla, bosbieten,

asperges, en ook de eerste aardbeien zijn geplukt.

Steenvruchten als kersen, perziken en abrikozen,

liggen inmiddels ook in de winkels. De laatste twee

kunnen niet goed in Nederland geteeld worden. De

bomen bloeien namelijk in april en dan is de kans

op nachtvorst in ons land nog groot, de bloemetjes

kunnen dan kapot vriezen. In Italië en Spanje is de

temperatuur vroeger in het jaar hoger, waardoor

de perziken- en abrikozenbomen daar goed

groeien en bloeien. De vruchten worden overigens

‘steenvruchten’ genoemd omdat ze een harde pit

hebben waarbinnen de zaadjes zich ontwikkelen.

De zon mag hier dan flink huis hebben gehouden,

vooralsnog is het lente. In de lente viert de kaas

hoogtij. De koeien leven en grazen namelijk weer

buiten, boeren maken de eerste graskaas van melk

van deze grasgrazende koeien. Deze kazen hebben

een andere structuur en zijn zachter en romiger van

smaak dan kazen gemaakt van melk die de koeien in

de winter geven, wanneer ze hooi eten.

Misschien leuk om zelf eens in de schoenen van de

kaasmaker te staan? Neem per persoon een halve

liter volle melk en gebruik per liter melk een kwart

liter magere yoghurt of twee eetlepels citroensap.

Zet een vergiet klaar en zorg voor een schone

theedoek. Eerst gaan we de melk koken. Gebruik

een grote pan zodat de melk omhoog kan komen

zonder over te koken. De theedoek leggen we in

het vergiet, deze zetten we op een schaal of andere

pan. Wanneer de melk kookt en omhoog begint te

komen, roeren we de yoghurt of het citroensap er

doorheen. Vervolgens brengen we het geheel weer

aan de kook. De melk gaat door het zuur van de

yoghurt of het citroensap schiften. Het verandert

in lichtgroen sap met stevige witte klonten. Van die

klonten, wrongel genoemd, maken we de kaas. Het

lichte groene sap is de melkwei. Voorzichtig roeren,

zodat de wrongel in grote stukken aan elkaar blijft

zitten. Zodra de wei helder is, zijn we bijna klaar.

Gebeurt dit niet, voeg dan nog wat yoghurt of

citroensap toe. Vervolgens schenken we het geheel

door de doek in het vergiet en laten we het uitlekken.

De uitgelekte wrongel is de verse kaas. Een zeer

jonge kaas, licht van kleur en romig van smaak. In

plakjes snijden of opbakken. Eet smakelijk!

Iets voor jou?

Warmonderhof in Dronten is de enige gespecialiseerde

opleiding voor biologische land- en tuinbouw in

Nederland. Zonder agrarische vooropleiding kun je

er een volledige basisopleiding volgen tot biologisch

veehouder, akkerbouwer, tuinder of fruitteler.

Op donderdag 24 mei organiseert Warmonderhof

een meeloopdag, waar geïnteresseerden kennis

kunnen maken met de verschillende facetten van

de opleiding. Douwe van der Werf is al sinds 1975 als

docent betrokken en is nog steeds super enthousiast

over de opleiding. “Je moet het beleven. We willen

potentiële studenten graag laten zien wat er tijdens de

opleiding gebeurt. We laten ze kennis maken met de

huidige studenten. We leiden ze rond, ze eten mee in

de studentenappartementen, ze volgen een les en ze

kunnen meewerken op de bedrijven. Ook hun ouders

zijn van harte welkom.”

De opleiding telt ongeveer 80 dagschoolstudenten

en 100 deeltijdstudenten (die laatsten studeren landof

tuinbouw, zorglandbouw of stadslandbouw). Het

grootste deel woont zelfstandig op de campus bij de

school. Warmonderhof heeft de beschikking over 80

hectare grond met vier zelfstandige ondernemingen:

melkveehouderij, akkerbouw, tuinbouw, en fruitteelt.

Deze ondernemingen werken volgens de biologischdynamische

landbouwmethode. Hier leren de studenten

de praktijk van de land- en tuinbouw. Douwe: “De

opleiding duurt vier jaar. De helft van de tijd bestaat uit

praktijkonderwijs. Het is niet zo van ‘we gaan een beetje

boeren’, nee, het is een intensieve opleiding. Wanneer

je voor de melkveehouderij kiest moet je bijvoorbeeld

al vroeg opstaan om de koeien te melken, natuurlijk

ook in de weekenden. In de tuinbouwpraktijk ga je mee

naar de markten.”

De studenten werken op alle vier de bedrijven van

Warmonderhof. Douwe: “We willen graag dat de

studenten kennismaken met de verschillende takken

zodat ze goed kunnen kiezen welke richting ze op willen.”

Aan het einde van het eerste jaar beginnen de stages op

bedrijven buiten Warmonderhof. Douwe vertelt dat veel

studenten ervoor kiezen om in het buitenland ervaring

op te doen. “Daar zijn de perspectieven voor veehouderij

en akkerbouw in verband met de grondprijzen vaak

beter. Frankrijk bijvoorbeeld schreeuwt om boeren,

en ook in Duitsland en Zweden ligt veel werk.” In het

vierde jaar is een specialisatie mogelijk in een van de

vier richtingen.

Programma donderdag 24 mei

10.00-10.15 Ontvangst

10.15-12.00 Korte inleiding en vragen over de opleiding

Rondleiding langs de praktijkbedrijven, de

studentenappartementen en de school

12.00-13.00 Lunch

13.00-15.00 Meewerken op de praktijkbedrijven

15.15 Sluiting, thee-koffie

Meer informatie? Kijk op www.warmonderhof.nl of

bel 0321-386860

 

 Nature & More oprichter Volkert Engelsman:
“Elke Indiase katoenplant is nu een intensive care patiëntje”

Vrijdagavond 23 maart zou de film ‘Bitter Seeds’ van de Amerikaans-Israëlische filmmaker Micha Peled op televisie te zien zijn in de VS, prime time, op zender PBS. De film stelt gentechgigant Monsanto in een treurig daglicht. De uitzending is echter opgeschort na een telefoontje van een advocaat, die dreigde met het blokkeren van de financiering van de zender. Het is illustratief voor de werkwijze van Monsanto. Toch, zegt biologisch pionier Volkert Engelsman, is het te makkelijk om alles op Monsanto af te schuiven: “Monsanto’s Bt-katoenzaad is slechts het dodelijke eindpunt van een lange ontwikkeling. Transparantie en herstel van bodemvruchtbaarheid zijn de oplossing.”

 

Opiniestuk Volkert Engelsman:

Afgelopen vrijdag bekeek ik in het Filmhuis in Den Haag de film ‘Bitter Seeds’, van de Amerikaans-Israëlische filmmaker Micha Peled. De film, die de persoonlijke geschiedenis vertelt van een Indiase katoenteler, kwam diep binnen. Het is de grote verdienste van Micha Peled dat hij dit enorme sociale en agrarische debacle hanteerbaar maakt aan de hand van een familiegeschiedenis. Daardoor komt het verhaal over de gentechzaden van Monsanto heel dichtbij. Na afloop was er een publiek debat met de filmmaker en mijzelf, onder leiding van presentator Jeroen Kramer.

Het eerste wat mensen zich afvragen na het zien van deze film, is: Hoe kunnen we de Indiase telers weer aan goed zaad helpen? Negentig procent van het katoenzaad in India is nu van Monsanto. Tegelijk zegt 90 procent van alle Indiase telers dat het gentechzaad zijn beloftes – hoge opbrengst en resistentie tegen plagen – niet waarmaakt. Bovendien is het puissant duur. Vroeger was er conventioneel zaad te krijgen voor een fractie van de prijs. Waarom komt er niet iemand die weer het oude conventionele zaadgoed gaat verkopen?

Toch is dat niet de oplossing. De Indiase landbouwgrond is inmiddels zo verarmd als gevolg van kunstmest en zo vervuild door gewasbeschermingsmiddelen, dat elk gewas dat je hier  teelt, kwetsbaar zal zijn. Elke katoenplant wordt hier een intensive care patiëntje dat bij de minste ziektedruk zal bezwijken. Je moet eerst de bodemvruchtbaarheid herstellen. Zoals ons dochterbedrijf Soil & More overal ter wereld laat zien, kun je met compost zelfs een woestijn weer vruchtbaar maken. Als de bodem weer gaat leven, lost dat meteen een hele lijst problemen op: het waterbergend vermogen komt terug, de weerstand tegen ziektes en plagen neemt toe, de erosie neemt af. Naast compost moet je ook denken aan braakligging, groenbemesting en vruchtwisseling.

Mensen wijzen graag naar één bad guy, zoals je ziet aan de You Tube hit “Stop Kony”. Dat is lekker overzichtelijk. Maar de werkelijkheid is vaak complexer. Het Bt-katoenzaad van Monsanto was alleen maar de final kill: het eindpunt van een lange ontwikkeling. Dat is begonnen met de groene revolutie. Het is te makkelijk om alles op Monsanto af te schuiven.

De groene revolutie, die in feite een kunstmestrevolutie was, heeft geleid tot een totaal nieuwe denktrant. Die denktrant stelt dat een zelfvoorzienend landbouwsysteem met gesloten kringloop ouderwets is. Daarom moet je meegaan in continue opschaling, waarvoor je externe agrochemische inputs nodig hebt. Dat is het idee. De praktijk wijst uit dat dit leidt tot een kettingreactie, die eindigt met de vernietiging van de landbouw en de teler zelf. Dat is precies wat je ziet gebeuren in de film Bitter Seeds.

De agrochemische industrie parasiteert nu feitelijk op de bodemvruchtbaarheid, de biodiversiteit en de bestaansmiddelen van kleine telers. De vraag is: hoe stop je dat? Dat kan alleen maar met bewustzijn. Apple kan zich niet permitteren om iPads te verkopen die zijn gemaakt in een sweatshop in China, want de consument komt erachter en accepteert dat niet. Maar bij een halffabricaat zoals soja of katoen blijft het probleem veel langer verborgen voor de consument.

Dat is natuurlijk de reden dat Monsanto – als metafoor van de hele agrochemische industrie –  uitgerekend bij dit soort gewassen toeslaat. Ze kunnen zich dit soort praktijken alleen permitteren in de muffige luwte van de publiciteit. Daarom is het zo belangrijk dat de consument inzicht krijgt in de manier waarop producten worden gemaakt. Bij de iPad lukt dat al, maar bij halffabricaten lukt dat nog niet. En daarom is dit soort films als ‘Bitter Seeds’ enorm belangrijk.

Met Nature & More en de duurzaamheidsbloem proberen we de anonimiteit van verse biologische groente en fruit te doorbreken op onze eigen manier, via internet. In zijn eerdere film Store wars liet Micha Peled al zien hoe grote retailconcerns als Wal-Mart belang hebben bij het in stand houden van die anonimiteit. Zichtbaar maken, daar draait alles om. Gisteren zei Peled na afloop van de discussie tegen mij: “Wat ik doe met mijn films, en wat  jij doet met Nature & More, komt in essentie op hetzelfde neer.” Bewustzijn creëren, dat is de grote verdienste van Bitter Seeds.

 

Volkert Engelsman

Volkert Engelsman is bestuurslid van de World Board van IFOAM, de koepel van de internationale biologische beweging en oprichter van Eosta,  Europees marktleider in verse biologische groente en fruit. In de jaren ’80 werkte hij voor het Amerikaanse voedingsconcern Cargill, ook wel de ‘evil twin’ van Monsanto genoemd. Hij vertrok er in 1990 en houdt zich sindsdien met duurzame landbouw bezig. Hij stond aan de wieg van Nature & More en de ‘duurzaamheidsbloem’, een web-based systeem voor transparantie en integrale duurzaamheid.

Klik hier voor de trailer van ‘Bitter Seeds’.

Voor meer informatie: www.natureandmore.com 

Kwekerij zonder Land

Stadslandbouw is een hype. Allerlei steden zijn

hier actief mee bezig. Tot en met 3 juni is een

buitenexpositie over stadslandbouw te zien op

Rotsoord in Utrecht. De groep initiatiefnemers

(‘Utrecht Kiemt!’) wil hiermee op een serieuze

en ludieke manier het gesprek over voedsel en

voedselteelt in de stad verder brengen.

De expositie heet de Kwekerij zonder Land. Je vindt

er een kaart van Utrecht met ideeën en meningen

over voedselteelt. Die kaart is een uitnodiging

aan bezoekers om door middel van stickers mee

te discussiëren. Wat zijn zinvolle plekken om aan

voedselteelt te denken? Wat moet daar verbouwd

worden? Wie doet het werk en wie gaat het eten?

Die vragen zijn soms eenvoudig te beantwoorden,

maar vaak niet. Is een leegstaande hal een slimme

locatie voor voedselteelt? Moet er openbaar groen

worden ‘opgeofferd’? Wat kan er met al die platte

daken?

Utrecht Kiemt wil vooral ook op een vrolijke manier

de bewoners van Utrecht bereiken. De Kwekerij

zonder Land biedt 3.000 planten aan die voedsel

leveren: courgettes, klimbonen, druiven, sla,

frambozen en aardbeien. Allemaal gewassen die

zinvol in de stad geteeld kunnen worden. Bezoekers

worden uitgenodigd tegen een symbolisch bedrag

één of enkele planten mee te nemen. Ze kunnen

die in hun achtertuin zetten, maar de uitdaging is

een risicovoller stukje stad te kiezen – het plantsoen

voor de deur? De blinde muur van de supermarkt?

Wie een plant meeneemt stuurt een foto terug

van waar deze geplant is. In de maand mei hoopt

Utrecht Kiemt zo 3.000 planten te ‘verkopen’ en

3.000 foto’s terug te krijgen. Die foto’s zullen worden

opgehangen in de Kwekerij zonder Land. Het proces

zal ook op Facebook te volgen zijn: www.facebook.

com/UtrechtKiemt.

Polderwachter Marcel Blekendaal maakt deel uit

van het team van Utrecht Kiemt! Hij zal op zondag

27 mei een wandeling maken met bezoekers die

begint en eindigt bij de Kwekerij. De wandeling is

een mentale oefening voor de deelnemers: valt

er voedsel te telen op Rotsoord? Alle kansen en

beperkingen van de stad zijn hier zichtbaar. Meer

informatie en aanmelden:

http://werklandschap-eet.nl

Openingstijden Kwekerij zonder Land:

vr 25 – za 26 – zo 27 mei

vr 1 – za 2 – zo 3 juni

Steeds van 14.00 tot 17.00 uur

Adres: Hoek Diamantweg/Rotsoord,

op het braakliggende Vicona-terrein, Utrecht

 

Lentekriebels

De lente staat voor de deur! De eerste lammetjes

zijn geboren en kunnen niet wachten tot ze naar

buiten mogen. (Eerst moet het gras nog wat beter

gaan groeien na de lange vorstperiode). In de

biologische schapenhouderij mogen de dieren

altijd in de wei staan als het weer en de bodem dit

toelaten. Is het buiten te guur voor de jonge dieren,

dan blijven ze in de stal, waar stro of ander strooisel

op de bodem ligt.

Biologische koeien mogen ook altijd naar buiten,

behalve als de weersomstandigheden koeonvriendelijk

zijn of het land te drassig is. Een

drassig weiland wordt namelijk snel stuk gelopen

door een kudde enthousiaste koeien. (Heeft u wel

eens een koe zien dansen zodra de staldeuren in

de lente open gaan? Geweldig om een keer mee te

maken).

Voor alle biologische koeien geldt dat ze 100%

biologisch voer krijgen, natuurlijk gentechvrij.

Koeien zijn gemaakt om gras te eten, dus meer dan

de helft van het voer moet ruwvoer zijn waar de

koe op kan herkauwen, zoals gras, klaver en hooi.

Biologische kalfjes krijgen geen poedermelk, maar

echte melk. Ze mogen gezellig bij elkaar staan in

de stal. Dit alles heeft een positieve invloed op het

welbevinden van de dieren – en dat merk je. Ze zijn

vaak nieuwsgieriger en minder schrikachtig.

Kippen zijn van nature bosvogels. Ze doen graag een

dutje in een boom. Biologische pluimveehouders

houden daar rekening mee. Biologische legkippen

krijgen veel ruimte en mogen buiten lopen in een

begroeide uitloop. In hun stal hebben ze recht op

daglicht, zitstokken, legnesten en strooisel om

lekker in te pikken. Wat je noemt een kiplekker

leven.

Wie aan varkens denkt, denkt aan modder en

krulstaarten. Toch zie je in Nederland vrijwel

nergens meer een varken buiten lopen. Biologische

varkens hebben het hele jaar een vrije uitloop

naar buiten. Ook hebben ze een schuurpaal en

de mogelijkheid om te wroeten. In de stallen ligt

stro op de vloer, er is daglicht en frisse lucht. De

dieren hebben binnen drie keer zoveel ruimte

als in een reguliere houderij. Varkenshouders die

overstappen op biologisch, zeggen dat ze hun

varkens weer ‘leren kennen’.

Begint u het lentegevoel ook al te krijgen? Zo niet,

ga dan eens een kwartiertje staan kijken bij een

weiland met rondspringende lammetjes. Daarna

loopt u vast ook te huppelen

Van ver of uit de kas?

In ons klimaat kun je jaarrond geen tomaten

telen in de vollegrond. Veel mensen willen ze wel

jaarrond eten. Daarom is er kasteelt en worden

er tomaten geïmporteerd. Maar wat is de beste

keuze? De keuze voor biologisch is sowieso prima.

Vanwege de smaak en omdat elke bio teler op een

zo natuurlijk mogelijke manier werkt. Maar als er

(tijdelijk) Spaanse bio tomaten in het schap liggen

naast Nederlandse bio tomaten uit de kas, welke

pak je dan? Voor beide is wat te zeggen. Als de

Spaanse tomaten zouden worden ingevlogen, dan

was dit zéér nadelig voor de CO2-uitstoot. Maar

het gros van de bio producten uit mediterrane

Europese landen komt over de weg hier naartoe en

dat is per kilo product veel milieuvriendelijker. In

de winter is de Spaanse bio tomaat dus een goede

keuze.

Bio tomaten uit Nederland zul je in de winter bijna

niet tegenkomen. Dat is ook goed, want het past

niet bij de biologische denkwijze. Kies je in de

rest van het jaar voor bio tomaten uit eigen land,

dan betekent dat een steun in de rug voor de

telers, voor de Nederlandse biologische sector als

geheel en voor de regionale economie. Bovendien

leggen de tomaten een kortere afstand af van de

tomatenplant naar je bord. Verder kan het lekker

‘smaken’ als je weet dat die tomaat afkomstig

is van een teler waar je op de fiets naar toe kunt

gaan, bijvoorbeeld tijdens het Lekker naar de Boerweekend

in juni. De tomaat krijgt dan een gezicht,

je kent het verhaal erachter.

Voor elke biologische teler geldt dat samenhang

voorop staat. De teelt in het ecosysteem van de

bodem, is één van de pijlers van de biologische

landbouw. In de biologische kasteelt zijn de

gewassen dus ook stevig geworteld in de grond.

De planten krijgen hun voedsel niet op een

presenteerblaadje, maar moeten zelf op zoek naar

voedingsstoffen. Zo ontwikkelen ze een gezond

en sterk wortelstelsel. Bovendien halen de planten

precies die mineralen en andere voedingsstoffen

uit de bodem die ze nodig hebben.

Leuk om te vermelden is dat de Nederlandse

biologische sector in de komende vijf jaar grote

stappen wil zetten met klimaatneutraal werken

en duurzaam opgewekte energie. De biologische

glastuinbouwers willen het gebruik van fossiele

brandstoffen met 80% terugdringen. Een mooi

voorbeeld is het bedrijf BiJo Logische Groenten.

Zij hebben als eerste glastuinbouwbedrijf het

carbon foot print certificaat behaald en werken

zonder fossiele brandstoffen. Jaarlijks scheelt dit

3,5 miljoen kilo CO2-uitstoot, wat overeenkomt

met 700 keer de wereld rondrijden in een

personenauto. Ketenorganisatie Bionext gaat

ondernemers stimuleren om dit soort voorbeelden

snel te volgen. Dat is niet meer dan logisch, het

past bij de biologische gedachte. Biologisch heeft

een voorbeeldfunctie voor verduurzaming van de

hele landbouw en als je die positie wil behouden,

zul je steeds nieuwe stappen moeten zetten.

Bron: Proef vitatas nieuws

 

Biologische veredeling (natuurlijk gentechvrij)

 

In januari kondigde het chemiebedrijf BASF aan dat het stopt met de ontwikkeling en teelt van genetisch gemodificeerde gewassen in Europa, omdat er onvoldoende draagvlak is voor de gebruikte techniek. Dat was een wijs besluit, want de meeste consumenten, politici, boeren (regulier en biologisch) en verwerkende bedrijven moeten niets hebben van gentechnologie. Wie wil er nou een genetisch gemodificeerde aardappel op zijn bord?

 

Bionext, de ketenorganisatie voor duurzame, biologische landbouw en voeding, doet er alles aan om de biologische sector vrij te houden van gentechnologie. Geknutsel met DNA is immers helemaal niet nodig om lekker en gezond voedsel te produceren. Bovendien kleven er talloze risico’s aan vervuiling van het milieu met gentech. Bijen trekken zich bijvoorbeeld niks aan van de ‘grens’ tussen akkers met en zonder gentechnologie (zoals die op grote schaal voorkomen in o.a. Zuid-Amerika); u kunt zelf bedenken wat er gebeurt als zo’n bij van het ene naar het andere bloeiende gewas vliegt.

 

Als een biologische kweker een beter smakende winterpeen wil telen, of aardappelen die bestand zijn tegen de aardappelziekte Phytophtora, dan gaat hij of zij op zoek naar rassen die van nature al over bepaalde goede eigenschappen beschikken. Die worden vervolgens gekruist met rassen die óók uitblinken door smaak of ziektebestendigheid. Dit proces wordt net zo lang herhaald totdat er een nieuwe winterpeen of aardappel ontstaat die voldoet aan de wensen van de kweker (en de consument). Er is wel geduld voor nodig, zo’n proces kan soms vijftien jaar duren.

 

Nederland is een vooraanstaand land op het gebied van biologische zaadteelt en biologische veredeling. Wist u dat we het enige land ter wereld zijn met een hoogleraar in de biologische plantenveredeling?

 

Nu we het toch over veredeling en gentech hebben, is het meteen een goed moment om twee misverstanden uit de wereld te helpen. Over pitloze druiven en gemodificeerd zetmeel. Daar komt géén gentech aan te pas, wat vaak gedacht wordt. De Sultana druif (Thomson Seedless) is als enige ras van nature pitloos. Alle andere ‘pitloze’ druiven zijn hiermee gekruist. In de ‘pitloze’ druiven zie je meestal nog minuscule pitjes zitten. Dan het gemodificeerde zetmeel, dat je vaak tegenkomt op het etiket van bewerkte producten. Dit is vooral een ongelukkig gekozen term. ‘Bewerkt zetmeel’ zou duidelijker zijn. Het is zetmeel dat door de voedingsindustrie is bewerkt, zodat het beter kan binden of beter smaakt.

 

Als er genetisch gemodificeerde ingrediënten zijn gebruikt, dan moet dit expliciet op het etiket vermeld worden. Voor veevoer wordt op grote schaal gebruik gemaakt van genetisch gemodificeerde grondstoffen, dat wil zeggen in de reguliere veehouderij. Gentech-producten voor consumenten zijn er nauwelijks. Wilt u er zeker van zijn dat u gentechvrij geproduceerd voedsel eet? Blijf dan vooral biologisch kopen.

 

 

Wedstrijd

Een maand geleden deden wij een oproep in de

Vitatas. We vroegen wie u vindt dat in 2012 vier

gratis Proef Vitatassen verdient. Het leverde vele

inzendingen op, allemaal voorzien van gegronde

motivaties. Het leidde binnen ons bedrijf tot Voiceof-

Holland-achtige taferelen, welke mensen geven

we de vier gratis tassen? En, nog moeilijker, welke

vele personen niet? Helaas kunnen we niet alle

inzenders belonen, hoe graag we dat ook zouden

willen.

Een mevrouw uit Leeuwarden gunt de familie van

Driesten in haar woonplaats de tas. “Zij hebben een

dochter van zes maanden en wij willen haar vanaf

het prille begin laten genieten van het gezondste

en lekkerste wat de natuur te bieden heeft.” Een

mevrouw uit Abcoude vraagt een tas voor haar eigen

gezin. “De Vitatas levert een essentiële bijdrage aan

de gezondheid, vitaliteit, het evenwicht, welzijn

en welvaren van moeder aarde, en aan mij en mijn

geliefden.” Complimenten als dit doen ons goed

en stimuleren ons om het komende jaar nog meer

energie te steken in de Vitatas. We kregen ook

inzendingen binnen van mensen die iemand willen

bedanken met een Vitatas. Zo verdient Michel de

tas omdat hij bergen tijd en energie heeft gestoken

in het opzetten van een natuurspeeltuin. Mevrouw

Kok is hem daar dankbaar voor. Een meneer uit

Ubbergen verdient de tas omdat hij vorig jaar 1585

padden de weg heeft overgezet, zo laat een familie

uit Nijmegen weten. De moeder van Jos schrijft dat

haar zoon ondanks alle tegenslag binnen het gezin

al jarenlang elke week biologische boodschappen

voor de familie doet en bedankt hem daar

voor. Pieter verdient volgens een mevrouw uit

Amersfoort de tas. “Hij raakte zijn baan kwijt,

wilde gezond blijven eten en heeft daarom zijn

kabelabonnement opgezegd.” Annemiek wil haar

zus Carin de tas geven. “Ik wil graag dat ze blijft

stralen!” Een moeder uit Spijkenisse gunt hem

haar dochter. “Als moeder wil je graag het beste

voor je kind.” Dat geldt ook voor een mevrouw

uit Valkenburg die ons een uitgebreide brief

schreef. “In oktober werd door omstandigheden

ons mini-kleindochtertje in de dertigste week van

de zwangerschap door een keizersnee ter wereld

gebracht. Sindsdien lag de baby met al haar kracht

te groeien in de couveuse, tot ze eindelijk naar huis

mocht. In januari is dat moment aangebroken. Om

op krachten te komen gun ik haar moeder, die elke

dag naar het ziekenhuis ging, een beetje hulp uit

de Vitatas.”

Wij willen iedereen bedanken voor het meedoen!

De 5 prijswinnaars hebben inmiddels bericht van

ons ontvangen.

 

Slimme oplossingen

Op 18 en 19 januari was de BioVak in Zwolle,

de jaarlijkse vakbeurs voor ondernemers in de

biologische landbouw en voeding. Er liepen

vanzelfsprekend veel biologische boeren en

tuinders rond, maar ook ondernemers die

overwegen om te schakelen naar biologisch.

Verder waren er winkeliers, handelaren, verwerkers

en studenten van agrarische opleidingen. Al deze

mensen met – op hun eigen manier – een passie

voor biologisch, kwamen naar de BioVak om kennis

uit te wisselen, workshops te volgen en ‘bij te

blijven’. Want de biologische sector is innovatief

en ontwikkelt zich snel. Eén van de ‘attracties’ op

de beurs was het plein met slimme machines.

Biologische boeren en tuinders gebruiken géén

chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen om

onkruiden onder de duim te houden. Daarom

maken ze gebruik van innovatieve technieken voor

mechanische onkruidbestrijding. Schoffelen en

wieden met de hand gebeurt zeker óók nog, maar

het slimme machine- en robotpark groeit gestaag.

Wel eens gehoord van een torsiewieder? Deze kan

onkruid los trekken vlak langs de rij met gewassen.

En een vingerwieder? Dat is een rondraaiende

schijf met flexibele ‘vingers’ die kleine onkruiden

vernietigt. Een andere slimmigheid die in de

biologische landbouw is ontstaan, is het gebruik

van GPS gestuurde tractoren (navigatie met behulp

van satellieten). Een biologische akkerbouwer hecht

grote waarde aan de kwaliteit van de bodem en wil

die zo min mogelijk verstoren (lees: platdrukken).

Daarom rijdt hij of zij bij voorkeur steeds precies

over dezelfde tractorpaden op de akker. Met GPS

is dat ‘spoorzoeken’ een koud kunstje. Ook voor het

zaaien wordt gebruik gemaakt van GPS, in de

biologische en reguliere landbouw. Gangbare

akkerbouwers kiezen meestal voor rechte

lijnen op gelijke afstand van elkaar. Biologische

akkerbouwers hebben vaak een andere werkwijze,

bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat elke

plant voldoende zonlicht krijgt. Met een GPSzaaimachine

kunnen bijvoorbeeld twee bedden

wat dichter bij elkaar worden ingezaaid en het

volgende bed op een wat grotere afstand. Wanneer

je dit ‘op het oog’ wil doen is dat niet eenvoudig

op een grote akker. Een ontwikkeling die nu

vooral hard gaat, is het gebruik van camera’s en

lichtsensoren op landbouwmachines. Intrarijwieders

zijn bijvoorbeeld speciaal ontwikkeld

voor de biologische landbouw. De sensoren en

camera’s bepalen waar het gewas staat. Vervolgens

wordt per rij het onkruid omver gewied door de

schoffels. De boer kan via een beeldscherm volgen

of de machine zijn werk goed doet. Ook in de

gangbare landbouw wordt inmiddels met succes

gebruik gemaakt van dergelijke uitvindingen.

Wat bracht de BioVak 2012 aan nieuwe, duurzame

oplossingen? Misschien een onkruid-de-grondin-

stamper? Of een onkruidrobot die tussen de

kroppen sla door kan wandelen? We laten ons

graag verrassen en houden u op de hoogte!

 

Een gezonde start met biologisch

Wat zijn uw goede voornemens voor 2012?

Gezondheid is voor veel consumenten een belangrijke

reden om voor biologisch te kiezen. Daarbij wordt,

natuurlijk, meestal eerst gedacht aan de eigen

lichamelijke gezondheid en die van gezinsleden

of huisgenoten. Je kunt ook breder kijken naar

gezondheid: De biologische landbouw streeft naar

een systeem dat niet alleen voor mensen gezond

is, maar ook voor dieren, planten en de bodem. Een

gezond totaalsysteem.

Voor een biologische teler begint het allemaal bij een

gezonde bodem. Hij kiest ervoor om géén chemischsynthetische

bestrijdingsmiddelen te spuiten om

insecten of onkruiden onder de duim te houden. In

tegendeel: hij wil juist dat er veel (bodem)leven is,

zodat de structuur van de bodem verbetert en er een

gezond evenwicht ontstaat. Een gezonde, levende,

evenwichtige bodem is van onschatbare waarde

voor een biologische boer. Daar groeien namelijk zijn

gewassen op.

Die gewassen krijgen de tijd om te groeien en alle

gezonde deeltjes uit de bodem te halen die ze nodig

hebben. Het is bekend dat bijvoorbeeld biologische

bladgroenten hierdoor meer goede inhoudsstoffen

bevatten (vitaminen, mineralen, antioxidanten) én

lekkerder smaken. Het gebruik van kunstmest, om

op de korte termijn snel meer productie te realiseren,

past niet in de denk- en werkwijze van een biologische

teler. Hij (of zij) heeft een lange termijn horizon; hij wil

investeren in de bodem in plaats van zo snel mogelijk

alles eruit halen wat erin zit.

Van een gezonde bodem, via een gezond gewas

is het nog maar een kleine stap naar gezond

eten op je bord. Of naar een gezond hapje voor

de baby. Het is niet voor niks dat producenten

van babyvoeding vaak biologische ingrediënten

gebruiken. Biologische groente en fruit zijn vrij van

restanten van bestrijdingsmiddelen en die kan de

baby dus niet binnenkrijgen. Kinderen hebben een

lager lichaamsgewicht en zijn daardoor gevoeliger

voor resten van bestrijdingsmiddelen in voeding

dan volwassenen. Baby’s zijn extra gevoelig, omdat

schadelijke stoffen in de eerste levensfase makkelijker

in de hersenen kunnen doordringen.

De groenten in deze tas leggen zo ongeveer de kortst

denkbare route af van het land naar uw bord. Het is dan

vrij eenvoudig om uit te leggen aan een buurvrouw

of -man dat dit gezond is. Maar wist u dat bij de

verwerking van biologische producten (bijvoorbeeld

tot een kant- en klare groentesoep, een pizza of

een pak appelsap), géén kunstmatige geur-, kleuren

smaakstoffen worden gebruikt? Ook verwerkte

biologische producten zijn gezonder vanwege alles

wat er niet in zit.

Terug naar de goede voornemens. Stel, u wilt gezonder

leven en kiest daarom voor biologisch eten. Kunt u

dan tevreden achterover gaan leunen en beweren dat

u gezonder bent dan iemand die nooit biologisch eet?

Nee. Gezondheid is een complex verhaal en hangt af

van je hele leefstijl. Veel onderzoeken spreken elkaar

tegen. Wél kun je er zeker van zijn dat biologisch eten

bijdraagt aan je eigen gezondheid. Tegelijkertijd biedt

u afzetzekerheid aan biologische boeren en tuinders

die zich inzetten voor een gezond landbouwsysteem,

voor mens, plant en dier, nu en in de toekomst.

 

Bezinning

Seizoensgebonden voedsel eten spaart het milieu.

Eten, ook biologisch, wat niet van ver komt hoeft

niet vervoerd en minder gekoeld te worden. Dat

scheelt brandstof en energie. Seizoensgebonden

groente en fruit smaken naar meer. Ook tijdens de

feestdagen proberen we daar met de samenstelling

van de Vitatas zoveel mogelijk rekening mee te

houden. Deze week is er, uit eigen land, ruimte

gemaakt voor onder andere sla, raapsteel, rode kool,

waspeen, groene kool, handappels, moesappels en

stoofpeertjes. Kerst is een periode van bezinning.

Vertalen we dat naar een overvloedig maal? Of

genieten we met mate? Wereldwijd wordt genoeg

voedsel geproduceerd om iedere aardbewoner

dagelijks een volwaardige maaltijd voor te zetten.

Helaas is de verdeelsleutel anders. In veel gebieden

in de wereld is sprake van ondervoeding terwijl

bij ons campagne tegen overgewicht bij kinderen

wordt gevoerd.

Een grote milieubelasting wordt veroorzaakt door

het produceren van vlees voor de voedingsindustrie.

Vlees is een belangrijke bron van eiwitten, maar niet

de enige. Biologisch vlees en plantaardige eiwitrijke

producten belasten het milieu minder. Naast

biologisch vlees zijn in natuurvoedingswinkels

meerdere plantaardige alternatieven, zoals de

producten van de Vegetarische Slager, verkrijgbaar.

Jaap Korteweg, directeur van dit bedrijf vertelt:

“Vlees is voor veel mensen een verslaving. Met

onze producten proberen wij de smaak, het uiterlijk

en de bite van vlees te benaderen. Daarin hebben

we de samenwerking gevonden met topslagers en

topkoks. Met deze vakmensen gaan we ook in 2012

mooie nieuwe producten ontwikkelen waar geen

dier voor wordt geslacht.”

Volgens de Volkskrant maakt de Vegetarische Slager

de lekkerste vegetarische gehaktbal van Nederland

en zijn hun kipstukjes nauwelijks van echte kip te

onderscheiden. Een van de hoofdingrediënten

van de producten van hen zijn biologische lupine.

Lupine is de plant die men vaak kent uit de tuin.

Deze plant heeft bonen, net zoals de sojaplant.

Van deze bonen wordt een vezel gemaakt met een

stevige bite. De eiwitrijke lupineboon zorgt voor

de textuur en de bite van het namaakvlees, is rijk

aan vezels en heeft een laag vetgehalte. Ideaal dus

om gerechten te maken die op vlees lijken, maar

alle milieu- en gezondheidsnadelen van vlees niet

kennen. Wellicht een suggestie voor de feestdagen?

Ook in huize Korteweg is het Kerstmis. Wat de pot

schaft? Geen vlees. Jaap: “Als kerstgerecht eten we

heel traditioneel stoofpeertjes uit de tuin van mijn

moeder met gekookte aardappelen van eigen land.

Een lekkere jus vraagt de meeste aandacht. Daarbij

krokant gebakken vegetarische kipstukjes.”

Bron: Proef vitatas n

Een appel per dag houdt de
dokter op afstand
Twee nieuwsberichten van het afgelopen weekend
laten weer even zien hoe verschillend je naar
gezondheid kunt kijken en met welk resultaat.
Sinds kort zijn er apps beschikbaar waarmee je op
je Apple apparaat kunt bijhouden of je gezond eet
en leeft. Je toetst in hoeveel je loopt op een dag,
wat je eet, of je naar de sportschool gaat en je
krijgt te horen hoe gezond of ongezond je geleefd
hebt die dag. ‘Een I-Apple per dag houdt de dokter
op afstand’, zo luidt de variant op de oude slogan
over het gezonde appeltje per dag. Maar gaat
dat echt werken? Tegelijkertijd bericht de krant
dat het probleem van obesitas in het Verenigd
Koninkrijk (VK) tot nieuwe hoogten gestegen is.
Inmiddels is 1 op de 4 vrouwen in het VK veel te
dik. Ook de categorie van oudere mannen (veertig
plus) benadert dit getal en het aantal kinderen
met overgewicht is nog steeds aan het groeien,
ondanks de verwoede pogingen van Jamie
Oliver die door de huidige regering weer aardig
teniet gedaan worden. En de VS, de bakermat
van I-Apple, is al jaren koploper als het gaat om
obesitas. De statistieken van de landen waar de
Apple apparaten het gretigst aftrek vinden, zijn op
het gebied van het terugdringen van overgewicht
niet gunstig. Ook Nederland kampt al jaren met
de sterke opkomst van overgewicht. Gaat Apple
het tij keren of kunnen we beter terugkeren naar
het gewone appeltje per dag? Van de Proef Vitatas
kunt u natuurlijk verwachten dat het advies is om
dagelijks vers fruit en verse groenten te eten. En
dan vooral biologisch, want dat heeft nog een paar
extra gezondheidsvoordelen, zoals geen gebruik
van chemische bestrijdingsmiddelen in de teelt. De
nieuwe Apple app kan dat ongetwijfeld bevestigen,
want wie veel verse groenten en fruit eet en het
liefst ook nog noten, peulvruchten en regelmatig
vis (en ook voldoende beweegt, niet rookt en
beperkt drinkt) scoort natuurlijk al snel een dikke
voldoende voor zijn gezondheidsgedrag. Daar heb
je een Apple app eigenlijk niet voor nodig, maar
goed, misschien dat het mensen helpt die even
het bewustzijn kwijt zijn waar je op moet letten.
Uit een grootschalig Duits onderzoek in 2010 is
gebleken dat consumenten die veel biologisch
eten, gemiddeld een stuk gezonder zijn dan
mensen die niet of nauwelijks biologisch eten. De
conclusie van dat onderzoek was dat biologische
consumenten een gezondere levensstijl hebben.
Kortom, u heeft al het bewustzijn van gezond eten
en waarschijnlijk geen app nodig om dat bevestigd
te krijgen. Misschien kan de gezondheidsapp
ingezet worden om dit onderzoek nog eens te
herhalen en minder gezonde mensen overtuigen
om weer echte (biologische) appels te gaan eten.
Dat bespaart uiteindelijk echt op de kosten van de
dokter.

 

Het belang van antibioticavrije
veeteelt


Er is de laatste tijd veel te doen rond
antibioticagebruik in de landbouw. Aan de
ene kant blinkt Nederland uit met het laagste
antibioticagebruik voor mensen. Aan de andere
kant is de Nederlandse veehouderij de grootste
antibioticagebruiker in Europa. Preventief
antibioticagebruik in de traditionele veehouderij
is uitgegroeid tot de dagelijkse praktijk: de dieren
krijgen het via het drinkwater en voer toegediend
om te voorkomen dat er ziektes uitbreken in de
dichtbevolkte stallen. Los nog van de discussie
van diervriendelijkheid, is duidelijk geworden dat
hier zeer nadelige gezondheidsgevolgen voor de
consument aan vastkleven. Het overmatige gebruik
van antibiotica heeft ertoe geleid dat bacteriën
resistent zijn geworden. Dit zijn de zogenaamde
ESBL-bacteriën waartoe ook de schadelijke EHEC
bacterie behoord. Uit onderzoeken in ziekenhuizen
is gebleken dat al meer dan een miljoen mensen
het bij zich dragen, opgelopen via hun voeding of
contact met dieren. Dat betekent dat zij immuun
zijn voor behandeling van antibiotica en bij
ontstekingen niet geholpen kunnen worden met
antibiotica. De overheid is gestart met maatregelen
om het antibioticagebruik in de veehouderij terug
te dringen.
In de biologische landbouw wordt al sinds jaar en
dag zeer voorzichtig met antibiotica omgegaan.
Preventief gebruik is verboden. Alleen als een dier
ziek is, mag dit dier individueel behandeld worden.
Na een behandeling moet het minstens drie
maanden antibioticavrij zijn voordat het vlees als
biologisch verkocht mag worden. Bij biologische
vleeskippen, die in circa 3 maanden opgefokt
worden, betekent dit dat het vlees altijd afkomstig
is van kippen die nooit met antibiotica behandeld
zijn. In de andere biologische dierhouderijen is
het gebruik van antibiotica zeer beperkt. Dat is
mogelijk dankzij de diervriendelijke maatregelen
die in de biologische landbouw verplicht zijn: vrije
uitloop, ruimte in de stal en goed biologisch voer.
Dankzij deze maatregelen hebben de dieren in de
biologische veehouderij een goede natuurlijke
weerstand, waardoor ze minder snel ziek worden.
Er is een groeiend aantal biologische veehouders
dat al helemaal antibioticavrij werkt. Het kan, maar
het vergt extra kennis en maatregelen. Bionext, de
nieuwe ketenorganisatie voor de biologische sector,
wil in samenwerking met boeren, ondernemers en
consumenten het antibioticagebruik nog verder
terugdringen. Hoe? Door voorlichting te geven
dat je met biologisch vlees het antiobioticagebruik
vermindert, via voorlichting aan veeartsen en
uitwisseling van ervaringen tussen boeren. Wilt u
deze acties kracht bijzetten, ondersteun dan de
actie ‘antibioticavrij’ van Bionext.
Voor meer informatie: www.bionext.nl/donateur

   

http://babybegood.nl/2011/09/biologisch-dynamische-melk-opvallend-gezonder/

 

 

Biologisch – dynamische melk
goed voor jonge moeders
Al ruim 10 jaar wordt er onderzoek gedaan naar het
effect van leefstijl en voeding op de gezondheid
van mensen. Dit zogenaamde Koala onderzoek
wordt uitgevoerd in Maastricht, in samenwerking
met onderzoekers van het Louis Bolk Instituut (LBI)
en het Zwitserse Paracelsus ziekenhuis. Met zekere
regelmaat worden resultaten bekend gemaakt
en die wijzen er iedere keer op wat iedereen wel
zo’n beetje aanvoelt: gezond eten heeft effect op
onze gezondheid. In 2008 werd bekend gemaakt
dat kinderen van 2 jaar 30% minder last hebben
van eczeem als zij biologische zuivelproducten
gebruiken in plaats van gangbare zuivel.
Deze week maakt het LBI bekend dat moeders die
tijdens de periode van borstvoeding biologischdynamische
zuivel gebruiken, opvallend meer
gunstige vetzuren in de moedermelk hebben dan
moeders die gangbare zuivel gebruiken. Bovendien
bevat deze moedermelk minder ongunstige
transvetzuren dan wanneer zij gangbare melk
gebruiken. Moedermelk van vrouwen die biologische
zuivel drinken vertoonde tussenliggende waarden.
“Een verklaring voor het verschil in vetzuren kunnen
we zoeken in de samenstelling van het veevoer.
Koeien van biologisch-dynamisch werkende
veehouders eten veel vers gras uit een kruidenrijke
wei en bijna geen krachtvoer. Dit heeft gevolgen
voor de vetzuursamenstelling,” licht LBI onderzoeker
Lucy van de Vijver toe. “ Bovendien wordt biologischdynamische
melk – in tegenstelling tot biologische
en gangbare melk – niet gehomogeniseerd bij de
bewerking van rauwe melk naar consumptiemelk.
Hieruit blijkt weer dat zelfs de voeding op heel jonge
leeftijd een belangrijke basis is voor gezondheid.”
Het LBI heeft het lef om deze stellige uitspraken te
doen, want veel wetenschappers zijn van mening dat
het verband tussen gezondheid en voeding moeilijk
aantoonbaar is. Het heeft immers allemaal te maken
met de leefstijl en het totaal aan voedingsmiddelen
dat iemand eet. Wie eenzijdig eet, of te veel, schaadt
ook zijn gezondheid, hoe goed de basisproducten
ook zijn. Duits onderzoek uit 2010 heeft aangetoond
dat mensen die biologisch eten over het algemeen
een gezonder leef- en eetpatroon hebben dan
mensen die geen biologische producten eten.
Het wordt steeds duidelijker wat iedereen al
jaren aanvoelt: natuurlijke biologische en vooral
biologisch-dynamische producten zijn heel
gezond omdat ze zo natuurlijk zijn. En mensen die
biologisch en biologisch-dynamisch eten, hebben
een gezonder eet- en leefpatroon.
PS: biologisch-dynamische producten herkent u aan
het Demeter keurmerk.
Bron

 

 

Biologisch groeit als kool
Een paar weken geleden schreven wij een
verhaal over het Ei van Columbus voor groei van
duurzame voeding. Zoals financiële stimulering
van energiezuinige auto’s tot een explosie van de
verkoop van energiezuinige auto’s heeft geleid, zo
zou BTW-vrijstelling op duurzame en biologische
voeding tot een verdubbeling of verdrievoudiging
kunnen leiden. Dat velen van u echt geïnteresseerd
zijn in lekkere en gezonde voeding wordt steeds
duidelijker. Inmiddels mag 5% van alle voeding
zich duurzaam noemen en de helft daarvan is
biologisch. Vorige week werd het groeicijfer van
biologische voeding bekend gemaakt en die is
spectaculair te noemen: maar liefst 32%! Het goede
nieuws is dat die groei zich in alle productgroepen
voordoet: vlees, brood, kruidenierswaren zitten
rond de 30%, groenten en fruit op 15% en zuivel zit
het snelst in de lift met bijna 50% groei.
Direct, fiscaal voordeel van duurzame aankopen,
zoals energiezuinige auto’s, wordt door de
overheid afgebouwd. De BTW-vrijstelling voor
biologische voeding zal er ook niet komen, maar
het bedrijfsleven in de topsector Agro&Food wil
komende jaren
€ 300 miljoen investeren in innovaties op het gebied
van duurzame voedselsystemen, ontwikkeling van
producten die gezonder, duurzamer, lekkerder en
gemakkelijker zijn en een systeemoplossing voor
het internationale voedselvraagstuk.
Op deze drie gebieden kan biologisch een
belangrijke voortrekkersrol spelen in het
verduurzamen van voedselketens en het

>ontwikkelen van gezonde en lekkere voeding.
Biologische landbouw heeft immers veel
ervaring met het rondzetten van natuurlijke
kringlopen, gezonde bodems, diereigen gedrag
en het produceren van voeding zonder allerlei
onnatuurlijke toevoegingen.
De enorme groeiversnelling van biologisch toont
aan dat de consument nu bewust kiest voor
biologisch en veel vertrouwen heeft in de kwaliteit.
Het Ei van Columbus voor de groeiversnelling dat
bent u dus feitelijk zelf!

 

Respek(t) (Ronald v d Ende)

maandag 30 mei 2011

Vandaag met de Beste Biologische Bakker van NL: Gerard Hardeman en ambachtelijke Slager Daan van der Linden naar Heusden-Asten geweest. Naar Terese Rahder en Peter Wijnen die samen Hoeve Sengersbroek runnen. Een rustieke boerderij waar ze Bonte Bentheimer varkens houden en een B&B (met campeerterreintje) runnen. Alles wat ze doen, doen ze zoals Peter het zegt ‘Vanuit het hart, anders moet je er niet aan beginnen’. Biologisch boeren dus tegen de massaproductie in, kiezen voor een karig bestaan en hard werken. Ze hebben een paradijsje voor de varkens gecreeërd met groene graasweiden, woelplekken en waterpoelen. ‘En als ze dan dik boven de honderd kilo wegen dan nemen we afscheid van ze’ zegt Terese ‘en bedanken we ze voor het vlees dat we er voor terug krijgen’.

2011-05-28 16.18.57 2011-05-29 10.33.05 2011-05-29 10.41.58

Onderstaand artikel is over genomen uit Trouw..

De burger is net een varken: hij vreet alles

Irene van de Voort, biologisch boerin in Lunteren − 17/05/11, 09:00

Foto: anp

opinie Burgers annex consumenten willen geen megastallen, maar vinden biologisch vlees te duur. Dat stelletje trutten.

Wat een interessant cijfer: 49 procent van de bevolking wijst mega­stallen af. Vrouwen meer dan mannen. Als doodgeknuffelde biologisch boerin zie ik deze consumenten met volle mond roepen: ‘Geen megastallen!’ en dan doorslikken. “Maar wat heeft u daar dan in uw mond, lieve burgerconsument?”, kan ik alleen maar vragen.

Ik hoor de natuur- en milieuorganisaties alweer roepen dat de supermarkten alleen vlees uit ministallen mogen verkopen. Nee nee, zegt het CBL, het overkoepelend orgaan van supermarkten dan: wij bedienen de markt, wij trekken aan duurzaamheid, wij verleiden de consument, maar de consument legt zelf het product in het karretje hoor. De overheid moet het oplossen.

Die overheid kan de megastallen wel verbieden in Nederland, de import van dat vlees niet. Helaas, helaas. Heeft u wel eens een buitenlandse megastal gezien? In Zuid-Korea bijvoorbeeld. Bij de laatste MKZ- crisis in Zuid-Korea werden de varkentjes daar levend begraven. Dan doen we dat in Nederland veel netter in onze minimegastalletjes. Maar, eerlijk is eerlijk, goedkoop is het wel.

De consument en de burger, dat zijn twee handen op een buik. Die twee handen stoppen eten in één mond. En wat die mond zegt, dat kan soms helemaal niet overeenkomen met wat er in die mond gestopt wordt. De burgerconsument is hypocriet. Altijd en altijd kiest hij voor het goedkoopste product. En vraag niet uit wat voor stal dat komt. Burgerconsumenten zijn net varkens: wat je ze in de bak gooit, vreten ze op.

Voorlopig is de consumptie van biologisch vlees minder dan 1 procent. Onze biologische koeien gaan weg voor de gangbare slacht. Het vlees wordt niet biologisch verkocht. Geen markt voor. Omdat burgerconsumenten het te duur vinden. Trutten.

Voorjaarsbericht over nitraat en
nitriet
Ieder voorjaar stromen bij ons de vragen binnen hoe
het ook al weer zit met nitraat en nitriet in groenten.
En daarom besteden we er ieder voorjaar aandacht
aan. Nitraat is een natuurlijke, in water oplosbare stof
die aanwezig is in alle groenten, maar ook van nature
voorkomt in (drink)water. Nitraat is onschadelijk, maar
zet zich in het lichaam om in nitriet, dat wel schadelijk
kan zijn. Nitraat en nitriet worden ook wel toegevoegd
aan levensmiddelen om de houdbaarheid te vergroten,
wat overigens in biologische voeding niet mag, met
uitzondering van bewerkte vlees producten. Echter zijn
hier wel strenge regels aan verbonden en een strenge
controle uitgevoerd door SKAL.
Het beeld dat iedereen heeft van nitriet is dat het een
schadelijke stof is die ondermeer kankerverwekkend
(maagkanker) kan zijn. Dit beeld is met name
gebaseerd op onderzoek bij ratten en muizen. Op basis
daarvan zijn in het verleden allerlei acties ondernomen
om het nitrietgehalte in voeding (vlees en groente) te
verlagen en wordt nitriet (afkomstig van met name
kunstmest) uit ons drinkwater gefilterd. In het verleden
waarschuwde het Voedingscentrum tegen nitraatrijke
voeding, zoals bladgewassen, maar dat is de afgelopen
jaren fors afgezwakt. De reden daarvan is dat nitraat
en nitriet toch minder schadelijk blijken te zijn dan
vroeger gedacht werd.
Het risico op maag- en darmkanker als gevolg van nitriet
is bij mensen nooit wetenschappelijk aangetoond.
Nitriet blijkt in de meeste gevallen het lichaam weer te
verlaten of in het maagzuur weer omgezet te worden
in het niet schadelijke nitraat. Het Voedingscentrum
stelt dat er alleen gezondheidsrisico’s zijn bij hoge
concentraties nitraat. Daarbij wordt met name voor
twee specifieke gevallen gewaarschuwd:
1. Voorkom inname van hoge concentraties
nitraat in combinatie met vis en schaaldieren. Geen
spinazie bij de vis dus. Door die combinatie zet
nitriet zich om in schadelijke nutrosamines, die
kankerverwekkend zijn.
2. Voorkom inname van hoge concentraties
nitraat bij baby’s. Baby’s hebben een lagere
maagzuurproductie, waardoor zich meer nitriet
kan vormen in het lichaam. Gebruik daarom voor
flesvoeding geen water uit natuurlijke waterbronnen,
die door uitspoeling van nitraatrijke kunstmest in
de regel meer nitraat bevatten dan leidingwater of
mineraalwater.
Het Voedingscentrum adviseert verder om maximaal
twee maal per week nitraatrijke groenten, zoals
andijvie, rode biet, Chinese kool, sla, paksoy, postelein,
spinazie en venkel te eten. En bewaar nitraatrijke
groenten niet langer dan twee dagen, want daarna
neemt het gehalte toe door bacteriëngroei.
Voor het biologische perspectief is er weinig veranderd.
Nitraat komt van nature in veel gewassen voor, ook
in biologische geteelde gewassen. De biologische
gewassen bevatten in z’n algemeenheid lagere
percentages nitraat, omdat er geen kunstmest gebruikt
wordt en de groeitijd doorgaans wat langer is. Met
name in de laatste fase van de groei, de rijping, neemt
het nitraatgehalte weer af. Zonlicht speelt daarbij een
belangrijke rol en het zonnige voorjaar is daarbij een
voordeel. Maar het is natuurlijk wel een zorg minder
dat nitraat en nitriet minder schadelijk blijken te zijn
dan vroeger werd aangenomen.
Voor meer informatie: www.voedingscentrum.nl/
encyclopedie/nitriet.aspx

 

 

Stevia als alternatief voor suiker en zoetstoffen

Steeds meer wordt er in het nieuws ruchtbaarheid gegeven aan de nadelige gevolgen van suiker. Overgewicht, diabetes, tandbederf en zelfs gedragsproblemen, worden gelinkd aan suiker. Op het moment lijkt het alsof kunstmatige zoetstoffen de uitkomst bieden. Ze hebben vaak een lage calorische waarde en daarom geschikt in een caloriebeperkt dieet, sommigen blijven stabiel tijdens koken en zijn daarmee ook geschikt voor algemener gebruik. Echter, steeds meer onderzoek toont aan dat ook zoetstoffen schadelijk kunnen zijn. Zo herkent het lichaam de zoetstoffen toch als calorisch zoet en gaat het lichaam toch in de weer om dit zoet net als suiker te behandelen. Ook zijn er een heel scala aan ‘vage klachten’ aan voornamelijk aspartaam, verbonden (www.aspartaam.nl). Al met al geen zuivere koffie!

Vervolgens kom je dus voor het dilemma te staan, wat je dan wel zou kunnen gebruiken om je lekkere dingen verantwoord mee te zoeten. Nu is daar een fantastisch alternatief voor: Stevia. Hieronder een kleine beschrijving:

Stevia rebaudiana is een kleine, groene kruidachtige plant, waarvan de bladeren een zeer zoete, verfrissende smaak hebben. De verantwoordelijke stof hiervoor is Stevioside. Stevioside is 300 x zoeter dan suiker. De steviaplant is van oorsprong afkomstig uit Zuid-Amerika het werd traditioneel gebruikt door de Braziliaanse Indianen. De kwalitatief beste stevia is dan ook afkomstig uit Brazi
lië. Stevia is zoet, maar is volledig natuurlijk en onschadelijk voor de gezondheid. Het bevat nauwelijks calorieën en tast de tanden niet aan. Bovendien bevat Stevia vitamine A en C, eiwitten, fosfor, zink, calcium, magnesium, natrium, ijzer, rutine en kalium.

Stevia is te gebruiken om alle dranken en gerechten op smaak te brengen. Van Stevia is bekend dat het de groei en voortplanting van bacteriën en schimmels remt waaronder ook de bacteriën die tandbederf veroorzaken. Het gebruik ervan kan tevens problemen met de bloedspiegel (hyperglycaemie) en verzuringproblemen verminderen, omdat het niet zoals geraffineerde suiker calcium onttrekt aan de beenderen.

Wat kun je er mee?

Omdat stevioside stabiel blijft bij hoge verhitting en de variant stevia rebaudiana (stevioside) 300x zoeter is dan suiker, is dit een prima manier om bijvoorbeeld taart en koekjes mee te zoeten. Let wel op dat als je bijvoorbeeld een gewone cake maakt (200gr bloem, 200gr boter, 200gr suiker…) de suiker in dit geval naast de zoete smaak, ook voor substantie zorgt. Omdat je van Stevia maar echt heel weinig nodig hebt, zullen de standaard recepten dus kleiner uitvallen. Wanneer je op zoek gaat naar recepten met stevia op het internet, zul je een groot aanbod aantreffen.

De verhoudingen suiker ter opzichte van stevia zijn als volgt: 1kg suiker = 3,3gr stevioside 1 kop (ong. 225 gram)suiker = 1/4 theelepel 1 eetlepel suiker = 1 snufje, of tipje van de theelepel 1 theelepel suiker = stof op theelepel

Ook is er vloeibare stevia te verkrijgen in handige doseerflesjes. Een twee tot vier druppels hiervan staat gelijk aan een theelepel suiker. Prima om dus de koffie mee te zoeten!

Zoetstof stevioside is veilig alternatief voor suiker

Er zijn verschillende studies waarin aangetoond wordt dat stevia volstrekt veilig is. Sterker, de voordelen van stevioside zijn talrijk: 100% natuurlijk, stabiel, bevat geen calorieën, reduceert tandbederf en het kan worden gebruikt door diabetici, fenylketonurie-patiënten (een stofwisselingsziekte die een streng dieet vereist; deze patiënten mogen bijvoorbeeld geen aspartaam – een kunstmatige zoetstof ter vervanging van suiker – gebruiken), mensen met overgewicht, en natuurlijk ook gewoon door iedereen die op de suikerinname wil letten. Hoge concentraties stevioside verlagen de bloeddruk bij hypertensie, terwijl de biochemische parameters van het bloed niet veranderen. Er werden nooit nadelige effecten waargenomen, en het nemen van stevioside had geen invloed op de mannelijke potentie. Ook bezitten hogere steviosideconcentraties mogelijkheden voor de behandeling van type 2 diabetes.

Honger en overgewicht
 
 
 

 

Het pas verschenen boek ´Tegenwicht´ van Jaap
Seidell, hoogleraar humane voeding en psycholoog
Jutka Halberstadt, zegt eindelijk waar het op
staat. Het enorme probleem van overgewicht in
het Westen is een maatschappelijk probleem engeen medisch probleem. Voor het eerst schrijven gerespecteerde wetenschappers dat het systeemniet deugt. Een mooi voorbeeld daarvan is de

constatering dat zoete, zoute en vette snacks via

de landbouwsubsidies kunstmatig goedkoop zijn

en blijven. Gezonde groenten en fruit daarentegen

zijn de afgelopen jaren fors in prijs gestegen,

mede omdat er nauwelijks landbouwsubsidies aan

toegekend worden. Vlees, zuivel en dierenvoeding

ontvangen 55% van de EU landbouwsubsidies,

groenten en fruit slechts 6%, terwijl volgens de VN

30% van ons dieet uit groenten en fruit zou moeten

bestaan en 23% uit vlees, vis en zuivel.

Het is onbegrijpelijk dat vanuit het beleid zulke

verkeerde keuzen gemaakt worden, terwijl

de gevolgen zo desastreus zijn. In de VS heeft

70% van de bevolking overgewicht dankzij het

overaanbod van zoet, zout en vet eten. In de

EU lopen we zoals gebruikelijk wat achter op

de VS, maar we gaan dezelfde kant op. Ook hier

zijn overgewicht en aanverwante ziektes zoals

diabetes 2 sterk in opmars. De ziektekosten rijzen

de pan uit door de algehele verslechtering van

de gezondheid. Ook van dit kabinet vallen geen

maatregelen te verwachten die de kern van het

probleem aanpakken: duurder maken van zoet en

vet gemaksvoedsel. Door de subsidiekraan dicht te

draaien op de grondstoffen voor deze producten

en gezonde voeding, zoals groente en fruit, juist te

stimuleren. In Denemarken is een begin gemaakt

met het verlagen van subsidies op grondstoffen

voor ongezonde producten.

´Tegenwicht´ onderbouwt waarom het beleid in

Nederland niet werkt om de keuze voor gezond

eten geheel bij de consument te laten. Zoete

en vette voedingsmiddelen zijn oorspronkelijk

schaarsteproducten, waar wij een bijzondere

voorkeur voor hebben ontwikkeld. Het overaanbod

van deze producten in de winkelschappen speelt

in op die voorkeur en daar kunnen wij van nature

niet of nauwelijks weerstand aan bieden. Als

die producten dan ook nog extra gesubsidieerd

worden en relatief goedkoop zijn, dan is een beleid

van eigen verantwoordelijkheid tot mislukken

gedoemd. Zeker als de schade via de medische

verzekering wordt afgehandeld.

Een beetje cynisch constateert Seidell dat een

positief gegeven is dat er niet genoeg

voedsel is om alle 6 à 7 miljard

mensen net zo obees te laten worden

als de Amerikanen. Dat brengt ons

bij de constatering dat er niet zozeer

te weinig voeding is op de wereld,

maar dat er sprake is van een zeer

onevenwichtige verdeling ervan.

 

 

 

Foodmatters: voeding doet er
echt toe
Dat voeding ertoe doet wist u natuurlijk allang,
maar dat we het belang ervan sterk onderschatten,
bewijst de documentaire Foodmatters. Het is een
serie van interviews met Amerikaanse insiders
die veel van voeding afweten. Het mott
o van de
documentaire grijpt terug op de beroemde Griek
Hippocrates, die de grondlegger van de moderne
artsenij is: ‘Laat voeding uw medicijn zijn’. Artsen
leggen nog steeds de eed van Hippocrates af, maar
ze weten tegenwoordig weinig af van voeding en
veel van medicijnen. De denkwijze dat iedere kwaal
met een pil te genezen is, of moet zijn, heeft tot
een bloeiende farmaceutische industrie geleid
die wereldwijd vele honderden miljarden per jaar
omzet.
De stelling van Foodmatters is dat we terug
moeten naar de genezende werking van gezonde
voeding (vooral vers, groenten en fruit en
biologisch geteeld) en de herstellende kracht van
waardevolle voedingsstoffen, zoals vitaminen en
mineralen. Dat klinkt heel aannemelijk. Ook in
Nederland staat de voedingsvoorlichting bol van
de schijf van vijf en met name verse groenten en
fruit. Hoe komt het dat veel mensen dit toch niet
of in onvoldoende mate doen? Foodmatters wijst
een beschuldigende vinger naar de overheid en
de farmaceutische industrie. Er is zoveel geld
gemoeid met geneesmiddelen, dat er veel lobby is
op wetgeving en voorlichting. In Amerika en de EU
ligt het gebruik van vitaminen en voedingsstoffen
sterk aan banden. Teveel vitaminen zouden
schadelijk zijn voor de gezondheid, terwijl er maar
weinig onderbouwing voor is. Voor medicijnen
uit de farmacie gelden nauwelijks restricties. De
toelatingseisen in de VS lijken streng, maar zijn het
niet, omdat de bedrijven zelf hun resultaten met
het medicijn kunnen selecteren.
De cijfers over de schadelijke bijeffecten van
medicijnen zijn ronduit schokkend. In de VS
sterven jaarlijks meer dan 100.000 mensen aan
de bijwerking van medicijnen. In Engeland ligt dit
getal op 10.000, terwijl het aantal verkeersdoden
op 3.500 ligt op. Niemand die zich druk maakt over
de schadelijke effecten van medicijnen die alleen
aan symptoombestrijding doen en de kwaal zelf
niet oplossen.
De boodschap van Foodmatters luidt: voeding
heeft het vermogen om de kwaal zelf op te lossen.
Waar medicijnen slechts op een kwaal gericht
zijn, hebben vitaminen en mineralen altijd een
meervoudige werking. Ze hebben een positieve
werking op meerdere onderdelen in het complex
aan processen binnen het menselijk lichaam. Als de
darmfunctie verbetert, dan oefent dit ook invloed
uit op de vitaliteit en de huid. Alles hangt met
elkaar samen en gezonde voeding als vertrekpunt
is daarbij het beste medicijn. Zoveel mogelijk
plantaardige voeding, verse groenten en fruit en zo
min mogelijk bewerkt voedsel. En vooral biologisch.
De Proef Vitatas is dus gewoon het gezondste wat er is

naast Biologisch brood ‘natuurlijk’!

 

 

 

 

 

Stemmen met je vork
Na ruim twee jaar heb ik eindelijk de documentaire
Food Inc. helemaal bekeken. Het geeft een schokkend
en soms misselijkmakend beeld van de realiteit achter
de schone schijn in de schappen van de supermarkt
in de VS. Achter de kleurige veelvormigheid van de
verpakkingen gaat een benauwende eenvormigheid
schuil:
• 70% van alle voedingsmiddelen bevat maïs als
ingrediënt in de vorm van suikers, zetmeel en
hulpstofjes. Ook het veevoer bestaat voornamelijk
uit maïs, waardoor dit ook in alle dierlijke
producten terugkomt;
• 70% van de totale vleesmarkt in de VS is in handen
van 4 vleesverwerkende bedrijven, waar de boeren
met handen en voeten aan gebonden zijn;
• het overgrote deel van het vlees is afkomstig uit de
niet-grondgebonden landbouw, waar megastallen
(met maïs en soja als voer) de norm zijn;
• de meerderheid van maïs- en sojateelten zijn
nu genetisch gemanipuleerd en in handen van
Monsanto. De boeren zijn volledig afhankelijk van
hem.
De drang naar eenvormigheid vindt zijn startpunt in
de fast-foodindustrie. Door het efficiënt produceren
van eten op grote schaal, kan de prijs omlaag. Dankzij
de subsidie op de teelt van granen, kan vlees steeds
goedkoper geproduceerd worden. Schaalvergroting
en beheersing van de processen jaagt de race
naar ‘goedkoop en veel’ verder aan. Problemen
die zich daarbij voordoen, zoals de toename van
dierziekten en E.colli- en Salmonellabesmettingen
in de hele voedingsketen (niet alleen in vlees, maar
ook in groenten!), worden beschouwd als nieuwe
uitdagingen die met technische ingrepen kunnen
worden verholpen. Toevoeging van antibiotica aan
het basisvoer is zo’n technische oplossing, met als
dramatisch bijeffect dat steeds meer mensen resistent
worden voor antibiotica. Een probleem dat inmiddels
ook ruimschoots tot Nederland is doorgedrongen. Om
de gevaarlijke bacteriebesmettingen tegen te gaan
zijn er vleesfabrieken die het vlees ontsmetten met
ammonium en chloor. Wat voor voedingswaarde kan
dat nog bevatten?
Deze documentaire toont vooral het systeem
achter de voedingsindustrie: constante druk op
schaalvergroting en kostenverlaging om vette en
zoete voeding met zoveel mogelijk profijt te kunnen
verkopen. De winnende bedrijven hebben hun vizier
gericht op essentiële schakels in de keten, zoals de
zaadveredeling en de bulkvoorzieningen. De enige
schakel in de keten die dit tij kan keren is de klant.
Door de toenemende vraag in de VS naar biologische
producten en het ontstaan van een groot netwerk
coöperatieve winkels, hebben ook supermarkten
als Wall-mart biologische producten opgenomen.
Hetzelfde proces zien we in Nederland. Aan de ene
kant verschijnen megastallen (die bijna niemand wil)
voor goedkoop en veel vlees; aan de andere kant
groeit biologisch met meer dan 20%. Stemmen met je
vork is en blijft de beste manier om kwaliteit voor je
geld te krijgen: koop biologisch

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

Zie voor een (foto)verslag de pagina Vakantie 2010.